Deze site is vernieuwd op 26 september 2007




ALLAAF

24.26.1. Cöln alaaf!

Toen in 1823 de eerste carnavalsvierders door Keulen trokken, riep iedereen Alaaf. Carnaval was iets nieuws, maar Alaaf, zo blijkt nu, is ontzettend oud en door de jaren heen ontstonden, met betrekking tot de intentie en definitie van de kreet een aantal merkwaardige en soms wonderlijke hypothesen. Iedere heemkundige carnavaloog is overtuigd van zijn of haar gelijk en voor de aardigheid laten we een dozijn definities de revue passeren, met de overtuiging dat wij de waarheid nooit aan de weet zullen komen.

1. Het motto Alaaf is een populaire vertaling van All af of ‘Alles-ab’ en het betekent dat de slokdarm tijdens Vastenavond en carnaval meer voedsel en drank moet verwerken dan op andere dagen. In dit geval kunnen wij Alles-Ab vertalen met ‘smakelijk eten en drinken!’ Dat de letter ‘b’ vervangen werd door de ‘f’ komt wel vaker voor, denken we aan heben en heffen, stauben en stoffen enz.

2. Duitser Petri Erdmann, auteur van ‘Handbuch der Fremdwörter’ is overtuigd dat het woord afstamt van het Keltische Alaf hetgeen ‘geluk’ betekent en ook vertaald kan worden met ‘Hij leve hoog!’ Maar kan ook ‘Hij leve lang!’ betekenen. Vele eeuwen geleden zei men in Aken: ’Alaaf wat joonk is en wen’t enge hoonk is!’ (Lange leve alles wat jong is, zelfs als het een hond is!)

3. Joden denken daar anders over en weten dat Alaaf afkomstig is uit de Jiddische taal, dat is een Duitsachtige taal die door joden op sommige plaatsen in Europa gesproken wordt. Alaaf zou in dit geval met ´de eerste’ vertaald kunnen worden. Een joodse legeraanvoerder wordt immers Alluv genoemd. Vroeger was er in Keulen een grote joodse gemeenschap en die mensen zouden het begrip het eerst gebruikt hebben om aan te tonen dat hun gemeenschap op de eerste plaats komt.

4. Er wordt ook beweerd dat het een gecombineerde groet is, waarbij de betekenis van de woorden ‘hallo’ en ‘proost’ gecombineerd wordt. Het is een groet en tevens een toostgebaar.

5. In Keulen weet men precies wat Alaaf betekent: ’D’r tsóch dae kött!’ De optocht is dus in aantocht en de mensenmeute moet aan de kant van de weg gaan staan.

6. In die stad weet men ook dat het volk op de bovenste plank staat en dat het nergens beter toeven is dan in Keulen. In een document uit 1733 staat Cöln All-und-af en men vertaalde het met ‘Keulen boven alles’.

7. Soms horen we ook dat All Aff duidelijk stelt, dat wij allemaal apen zijn of op zijn minst mensen zijn die na-apen. De aap staat als symbool voor de na-aperij en dat is feitelijk een negatieve eigenschap die goed bij het omkeerprincipe van carnaval past.

8. Een andere carnavaloog weet vrijwel zeker, dat de oudste schriftelijke vermelding van Alaaf te vinden is in een petitie van Fürst Klemenz - Wenzel von Metternich in het jaar 1635 aan de Keulse keurvorst Maximiliaan von Bayern, die niet alleen bisschop was van Keulen, maar ook van Luik en Malmedy. Met het woord Alaaf bedoelde de schrijver ‘Keulen voorop!’ (Opmerking: Soms wordt ook Franz Wilhelm von Wartburg genoemd, die bisschop van Münster was. De overlevering hinkt op meer plaatsen, want de bekende Oostenrijkse staatsman Klemenz - Wenzel von Metternich leefde niet in 1635, maar van 1773 tot 1859.)

9. Of werd Alaaf gebruikt in het Middelnederlands? Sommige deskundigen beschouwen het Middelnederlands als een verzamelnaam voor dialecten, die tussen 1150 en 1500 in Nederland gesproken en geschreven werden. De heren weten dat in die tijd heel veel zinnen begonnen met Al af maar dat die woorden ook tussengevoegd werden. Als voorbeeld de zin: ‘Al hebbe se mi nit helpe willen, allaf Joep, die sprong gelik bei’. (Vertaling: Niemand wilde mij helpen, met uitzondering van Joep.) We kunnen het vergelijken met dat ouwe heertje in Aken die bij een vorstelijk diner een glas water aangeboden kreeg en reageerde: ‘Alaaf e jód jlaas wieen!’ (…) Met allaf bedoelt men hier de positieve uitzondering op een negatieve regel. In de loop der eeuwen veranderen allaf in alaaf en werd vooral met Vastenavond, daarna ook met carnaval, gebruikt om het ‘uitzonderingsprincipe’ duidelijk te maken. De nar werd immers burgemeester en kreeg de sleutel van het stadhuis.

10. Tenslotte zijn er mensen die zeker weten dat Alaaf hetzelfde is als ‘elf’. Dat is één minder dan twaalf, want dat is het getal van de perfectie, dat deelbaar is door zes getallen.

11. Het getal elf zou ook gerelateerd kunnen worden aan het ‘Elfde gebod’ en dat betekent: ‘Lak aan de hele wereld.’ Of zoals men in Maastricht zegt: ‘Sjiet aan de luij!’

12. De bekende socioloog Theo Fransen uit Maasbree schreef in zijn boek Carnaval Ontmaskerd, dat de uitroep een verbastering is van Alfa, de eerste letter van het Griekse alfabet. (…)

Wij laten het bij deze twaalf omschrijvingen en nemen een kijkje in diverse musea waar aarden drinkkruiken met de spreuk Allaf ­ achter glas staan.

ALLAF OP BARTMANNKRUG

Reeds in 1550 werden in Keulse bakovens heel bijzonder drinkkruiken gemaakt, die ook wel Bartmannkrug genoemd worden. Op die aarden bekers stond de afbeelding van een gezicht met baard en daarbij een korte tekst met het woord ‘Allaf’. In de tweede helft van de 16e eeuw was dit waarschijnlijk een drinkgroet of een proostgebaar.

Om dit aspect te verifiëren, nam ik contact op met de heer Georg Mölich, conservator van de expositie ‘Renaissance am Rhein’ in het Landes-Museum te Bonn, van de Landschaftsverband Rheinland. De heer Mölich schreef op 15 november 2010, dat de zgn. Bartmannkrug op dit moment tentoongesteld wordt in Bonn en een afbeelding van de drinkkruik op blz. 475 van de catalogus staat. Met de bekende en gewaardeerde Gründlichkeit voegde de conservator er nog aan toe dat Walter Hoffmann en Ingeborg Unger reeds eerder een boek schreven met de titel Alaaf und kein Ende en in dat werk de Bartmannkrug uit de 16e eeuw, die gebakken werd in een oven in de Streitzeuggasse in Keulen, behandeld wordt. Over de inschriften werd ook geschreven in ‘Rheinische Vierteljahrsblätter, 1997, blz. 303-311’. Daar staan ook andere voorbeelden van een vroege vermelding van de drinkspreuk: ALAF FVR EINEN GOTEN DRVNCKE, op een Bartmannkrug uit het midden van de 16e eeuw, die zich in het Rijksmuseum te Amsterdam bevindt. (…)

Kwam deze bijzondere drinkkruik via Rijn en Rotterdam in de hoofdstad terecht? Was Alaf ook in Holland een bekend groet- of toostgebaar?

De heer Dietmar Kottmann, voorzitter van de Laurensberger Heimatfreunde, vond het onderwerp boeiend en nam contact op met de heer Wolfram Giertz uit Aken die alles weet over historische keramieke vaatwerken in onze streek. De heer Giertz kon bevestigen dat zich in het Rijksmuseum te Amsterdam, met inventarisnummer NM 343, een drinkkruik bevindt met de tekst; ALAF FVR EINEN GOTEN DRVNCKE. Er bestaan ook nog variaties van deze spreuk b.v. in het Keramiekmuseum te Frechen (Keulen) met inventarisnummer KMF A 254: ALAF FVR EINEN GODEN DRONCK WIN. En in Rotterdam MBB met inventarisnummer F 4010: ALF 8 EVR 8 EINEN GODEN DRUNCK en verder is er nog een kruik van Werkplatz Streitzeuggasse te Keulen met de tekst: ALLAF FVR EINEN GODEN DRVINCK. De heer Giertz voegt hieraan toe dat Ingeborg Unger in haar boek over Keuls en Frechener aardewerk in de Renaissance op blz. 427-429 een lijst publiceerde van alle tot nu toe bekende drinkspreukvariaties. (Opmerking: De Nederlandse Taalunie schreef mij dat de opschriften zo verschillend zijn, omdat er in de 16e eeuw nog geen algemene spellingsregel bestonden. Wel waren in de 16e eeuw de overeenkomsten tussen Nederduitse en Hoogduitse taal groter dan nu.. (…)

Hans