Deze pagina is vernieuwd op 13 april 2006




Op deze site zetten wij iedere week een rommelmarktorganisator of een organisator van een evenement of tentoonstelling in het zonnetje, dit doen we dmv. een interview. Items die al geweest zijn kunt u terug vinden in ons

archief


Deze week hebben we als gast :

Bernard Bonenkamp, hij doet veel voor het Achterhoekse, wilt u de Achterhoekse versie klik dan hier


Kun je jezelf even voorstellen?

Kijk, dat begint echt op zijn Achterhoeks, de eerste vraag van je “Waar ben je er eentje van en waar kom je vandaan?”, is een vraag die ik regelmatig te horen krijg als ik weer terug kom in de Achterhoek.

Ik ben er een van Theetjen Bonenkamp en Jana van Os en ben in 1958 in Groenlo op de wereld gezet. Mijn kinderjaren heb ik doorgebracht aan de Molenweg, een steeg tussen de Lepelstraat en de Ziekenhuisstraat in Groenlo. In die tijd was de Kerkwal nog intact en zag het er daar uit als nu op de Kanonsbulten. Ik moet een jaar of zes, half zeven geweest zijn toen de wal aan de kant geschoven werd om plaats te maken voor ’t bejaardenhuis, zonde, vandaag de dag zullen er allerhande protestgroepen opstaan om de sloop tegen te houden.

Erfgood zou het moeten zijn.

Eind jaren zeventig ben ik uit Groenlo weggegaan en in Didam terecht gekomen om daar mijn brood als fotograaf te gaan verdienen. Ondertussen zit ik nu al een jaar of twaalf in Greffelkamp, een "noaberschap" in de buurt van Didam. Je kunt het vergelijken met Avest bij Groenlo. Naast mijn dagelijkse werk heb ik nu het vak van keuterboer aangeleerd. Met mijn paar kippen, die te dure eieren leggen en een paar paarden op mijn bunder grond vermaak ik me hier goed.

Als ik zo nu en dan eens terug kom in de Achterhoek, dan valt mij op hoe gemoedelijk het volk daar is, geen lui van klein verstand zoals ik het toendertijd vaak meende. Ook kreeg ik door hoe mooi het landschap eigenlijk is. Als je er altijd woont, dan verlies je dat vaak uit het oog, dan hoort het bij het dagelijkse leven. Pas als je weggaat, opent dat je ogen.


Wat heb je met de Achterhoek?

De Achterhoek is mijn geboortegrond waar ik als 19 jarige puber weggegaan ben, ik merk nu, net als lui die veel verderweg gegaan zijn zoals Kees van de Meister, dat de geboortegrond altijd trekt. Nog altijd, als ik van hieruit de Oude Ijssel over ga, heb ik het gevoel thuis te komen. Feitelijk trok alles mij daar aan, niet alleen de veel rijkere taal, maar ook de manier waarop de Achterhoekers met elkaar omgaan.

Al jaren trek ik met mijn vrouw Sjouke en de "bengels" Bart en Jetske, in de vakantie naar de Achterhoek. Wij kamperen dan altijd een week of wat op een mooie 300 jaar oude boerderij in Meddo. ’t Liefste wat ik dan doe is met de boeren in de buurt een praatje maken of met oude kameraden een biertje drinken bij “Haak & Hoek” of bij wat vroeger “Den Helder” was, in Winterswijk. En natuurlijk mijn kinderen vertellen hoe of het er hier in de tijd van Frederick-Hendrik aan toe gegaan is. Als ik ze dan vertel dat de Stedendwinger zijn hoofdkwartier bij Erve Kots had, kunnen Sjouke en ik daar weer fijn een poosje in de zon op ’t terras blijven zitten en genieten van een glaasje Boksebier en van elkaar. Als het dan allemaal meezit, kunnen we ook nog zo’n heerlijk maaltje uit de "klomp" eten. De kinderen eten dan poffertjes uit de klomp en weten elkaar dan precies te vertellen hoe Frederick zijn volk op Groenlo af stuurden, hoe het op de Franse en de Engelse schans was en waarom de wegen om Groenlo wel op een ster lijken als je op de kaart kijkt. Ze weten het precies….


Je schrijft zelf verhalen in het Achterhoeks , hoe ben je daar zo toe gekomen?

Feitelijk heb ik je dat hierboven al uit de doeken gedaan, de rijkere taal. ’t Achterhoeks is zoveel rijker dan ’t Hooghaarlemmerdijks of ’t Liemers. Neem nou ’t simpele Nederlandse woord “knoop”; als je daar over na gaat denken, weet je feitelijk niet wat er bedoeld wordt. Dat komt zeker niet omdat wij het “Hoog Haarlemmerdijks” niet zullen verstaan, maar omdat de taal niet compleet is. Een Achterhoeker heeft het in dat geval over een "Knuppe" of over een Knoop, me dunkt dat zijn twee verschillende dingen. Zo heeft het Achterhoeks ook zeker 30 woorden voor het Nederlandse woord “Lopen”.
Je kunt: "goan, gängelen, drapsen, dröalen, stiefelen, sloffen, sliepstarten, pöälen, lopen," en noem maar op. Ik ben dan ook erg blij dat sinds een jaar of tien ’t Nedersaksische een erkende taal is, net als ’t Fries.

Nou kan ik ook ’t woord “dialect” in je vraag rechtzetten, ik schrijf in de Achterhoekse taal”, met zijn eigen spelling, en niet in dialect. Dat ze in Dinxperlo anders spreken dan in Beltrum, in Groenlo anders als in Aalten is waar, maar ‘t is nog steeds de Achterhoekse taal. Grols, Dinxpers en Aaltens zijn dialecten van het Achterhoeks. Ik vind dat onze kinderen net als in Friesland, op de school onderricht moeten krijgen in ’t Achterhoeks, naast ’t Nederlands.

Natuurlijk is ’t zo dat het mijn moedertaal is, dat ik alleen maar Grolsch sprak tot dat ik op school kwam. Daar ben ik mee op gegroeid en daarin kan ik mij het beste in uitdrukken. Op school deed de meester er alles aan om je dat “Boerse” af te leren en je Hooghaarlemmerdijks te leren. Zo verging het denk ik de meeste Achterhoekers.

Dromen bleef ik in ’t Achterhoeks doen. Dat kregen ze er maar niet uit. Er is ergens in de tijd een moment geweest dat ik besefte dat ik mij voor de taal niet hoefde te schamen, dat het niet alleen de taal van keuterboeren en mensen met een klein verstand was, maar een veel oudere, rijkere en wijd verspreidere taal als ’t Nederlands. Je kunt tot onder Hamburg gerust je Achterhoeks spreken, zeker dat ze je daar verstaan, maar kom echter niet met Hooghaarlemmerdijks aan want dan staan ze daar met de oren te klapperen.

Mijn antwoord op de vraag is dus: “omdat ik ook in ’t Achterhoeks droom”.


Wat schrijf je zoal?

Ik schrijf wat ik droom, als het maar Achterhoeks is of Achterhoeks ondertiteld is.

Nee, ik schrijf van alles en nog wat, vaak als ik niet echt goed in het vel zit of wat hangerig ben, kan het gaan over "kladden, schadden, drek en driete " en dat de rasterpalen groen uitgeslagen zijn, de steunpalen door gerot zijn en meer van zulke dingen. Meestal hebben mijn verhalen een zonnige kant, dan gaat het over de liefde, sterren aan de hemel of over mensen die ik tegen ben gekomen. Vaak zit er in mijn verhalen een stukje waarheid en kun je er van uit gaan dat waar er rook is, ook vuur is. Zo nu en dan heb ik ook een “collumn”, meestal krijg ik die van de redactie van "d’n Moespot" weer terug omdat die niet door de beugel kan. Ik ben zeker benieuwd of de beugel van Marline wat ruimer is.

’t Kan wezen dat ik van deze of gene wat hoor en dat ik dat dan opsla. Vaak komt dat jaren later weer boven drijven en heb ik geen idee waar of het vandaan komt.

Ineens heb ik dan weer ’n verhaal. Ook komt het voor dat ik een mop gehoord heb, waarvan ik denk dat die meer waard is dan zomaar een mop, daar ga ik dan een poos op broeien totdat er een verhaal of een anekdote uit komt.

Vaak lijkt het als of ik het zelf mee gemaakt heb, meestal heb ik de waarheid dan een beetje verdraaid.

Mijn gedichten zijn recht uit het hart en leggen mijn gevoelens bloot, dat is meteen het antwoord op je volgende vraag. Nee, ik geef mijn gedichten niet uit, in de eerste plaats schrijf ik ze voor mezelf.
Wat mijn kinderen er later mee doent moeten ze zelf maar zien.

Buitendat is ’t zo dat als ik mensen vraag of ze een boek zouden kopen met Achterhoekse gedichten en verhalen, ik te horen krijg dat ze al een boek hebben.
Met Kees van de Meister uit Finland heb ik het er over gehad dat boeken zo'n hoge isolatiewaarde hebben, je kunt er helemaal in in wegzakken en je afsluiten van de buitenwereld, je isoleren, ben je niet zo'n boekenworm, dan kun je boeken mooi langs de buitenmuur zetten, ook dan is de isolatiewaarde erg hoog, daar kan spouw isolatie niet tegenop.

Net als Bleumers uit Ruurlo worden mijn gedichten en verhalen regelmatig in "d’n Moespot" geplaatst.
D’n Moespot wordt driemaandelijks uitgegeven door de Nedersaksische taalkring in een oplage van op dit moment 950 stuks. Feitelijk moet elke MARLINE bezoeker lid worden, je verrijkt je taal, leest wat van Achterhoekse schrijvers en blijft bij de wereld.

Bij Marline kun je terecht voor verdere informatie. ’t Kost je maar € 12.00 per jaar als je lid wordt………….. Doen !!!
Voor de prijs van dat lidmaatschap kun je een paar keer per jaar naar "d’n Luifel in Ruurlo" om naar Achterhookse vertellers te luisteren en een aantal avonden bij Erve Kots doorbrengen met de Achterhoekse schrijvers en dichters en je krijgt driemaandelijks "d’n moespot" in de bus. Zeker de €12,00 dubbel en dwars waard.

Ik ben te bereiken onder: dit emailadres.


Hieronder ’n gedicht dat deze keer in "d’n moespot" stond:


VÖGGEL


In de kop niks

Bloos ne nebbe

Op d'n pokkel

Bloos veern

Veur zich

Bloos loch

Achter zich

Bloos loch

Boaven zich niemes

Bloos d'n hemel

Noast zich niemes

Bloos tooval

Onder zich

Bloos water

Ak dree wensen hadde

Dan zo'k wensen

Niks

Niemes

En een moal

Ne vöggel wean

......

Bernard Bonenkamp


Wil je meer lezen wat Bernard Bonenkamp zoal schrijft, kijk dan even in onze Leeszaal, daar heeft hij ook een mooi verhaaltje verteld over
"GRADUS EN D'N GELDERSCHEN TRAM".