Deze pagina is vernieuwd op 30 juni 2010
ACHTERHOEK 40 - 45 Hier vindt u informatie en verhalen over deze periode gezien vanuit de Achterhoek Andere delen die ik al behandeld heb vindt u HIERWelkom in het item
Omdat dit een stuk geschiedenis van de Achterhoek is en het dit jaar 70 jaar geleden is dat de oorlog in Nederland begonnen is en dit in mijn ogen nooit meer mag gebeuren, wil ik het komende jaar aandacht hieraan besteden. Ik probeer het op een eenvoudige en zo luchtig mogelijke manier te doen, gezien mijn doelstelling van de site. Ik wil dit doen door een jaar lang elke maand een onderwerp over deze periode te bespreken. Wanneer u op de Lichtblauw onderstreepte woorden klikt, dan kunt u meer achtergrondinformatie lezen of indien aanwezig verhalen van lezers Deel 5 OORLOG VOEREN VANUIT DE LUCHT IN DE ACHTERHOEK, ALGEMENE INFO MET AANVULLINGEN OVER DE ACHTERHOEK PILOTEN BOVEN DE ACHTERHOEK Het aantal crashes in de Achterhoek bedraagt circa 400. Pilotenhulp was zoals het woord eigenlijk al zegt, de hulp in welke vorm dan ook om gestrande geallieerde vliegeniers weer terug te helpen naar Engeland. Dit gebeurde zowel in georganiseerd verband waarbij het Achterhoekse Verzet diverse gedegen ‘pilotenlijnen’ hadden opgezet. In het najaar 1944 werden dikwijls de piloten op Achterhoekse onderduikadressen gehouden en werd de Bevrijding afgewacht, enerzijds omdat men de Bevrijding al op korte termijn verwachtte en anderzijds omdat het te gevaarlijk werd de piloten op transport naar Zuid-Nederland te zetten vanwege de frontlinie die dichtbij de Achterhoek lag. Pilotenhulp in minder georganiseerd verband geschiedde ook door individuele burgeres en boeren die soms spontaan vliegers over de vloer kregen en dan ook spontaan reageerden door hen onderdak te bieden. Soms werd contact gezocht met het georganiseerd verzet om de piloten verder te helpen naar elders, soms werd ook besloten niet te zeggen en met de piloot af te spreken dat deze tot het eind v.d. oorlog op een hetzelfde adres zou blijven.
Naar schatting zijn in de Achterhoek tijdens de Tweede Wereldoorlog zo’n 400 piloten geholpen onder te duiken. Niet allemaal haalden ze ook bevrijd gebied in Spanje, Frankrijk en later België. Velen werden op hun tocht naar bevrijd of onbezet (Spanje, Zwitserland) gebied alsnog opgepakt door de Duitsers soms bij grenspassages (Pyreneeën / Zwitserland) maar soms ook gewoon door verraad in een café in Brussel. Hoeveel er van die 400 uiteindelijk in hun vlucht slaagden is moeilijk te zeggen, maar circa de helft haalde uiteindelijk wel Engeland. Deze 200 vliegeniers waren voor alle duidelijkheid niet allemaal in de Achterhoek neergekomen met hun parachute of via een noodlanding. Er kwamen ook vele vliegers uit Duitsland gelopen en vonden in de Achterhoek onderdak. De Pilotenlijnen uit bijvoorbeeld Overijssel sloten weer aan op de Achterhoekse lijnen en deze probeerden weer aansluiting te vinden op de pilotenlijnen in Noord-Brabant en Limburg. Soms liepen deze lijnen vreemd genoeg eerst via Amsterdam of de Veluwe alvorens ‘Achterhoekse’ Piloten naar Limburg kwamen, maar soms ook wel rechtstreeks van de Achterhoek naar Noord-Brabant. Vervolgens werd weer aansluiting gezocht bij pilotenlijnen in België en daarna in Frankrijk. De Franse verzetsmensen namen de piloten mee en brachten ze over de grens naar Zwitserland en Spanje. In Spanje kwamen ze meestal in Gibraltar terecht waarna ze naar Engeland werden teruggevlogen om vervolgens soms weer vrij snel deel te nemen aan bombardementsvluchten naar Duitsland. Een mooi voorbeeld hiervan is Bernard Sutton, een Australische vlieger die op 22 juni 1944 boven Meddo / Zwillbrock werd neergeschoten, de rest van zijn collega’s kwam om, hij dook onder in Eibergen en was snel weer terug in Engeland. In augustus 1944 vloog hij alweer met een nieuwe bemanning over Eibergen en bij dat overvliegen moest hij uiteraard terugdenken aan zijn ontsnapping ruim twee maanden daarvoor. Na de oorlog trokken veel oudijzerverzamelaars door ons land en borgen de resten van vliegtuigen die de Duitsers hadden achtergelaten. Vooral in de periode 1950 - 1953 ten tijde van de Koreaanse oorlog ontstond er een hausse aan deze acties van oudijzerverzamelaars omdat toen door deze oorlog er ook weer een extra behoefte aan aluminium was voor de toenmalige vliegtuigproductie. De Achterhoek was meer nog een terugvliegroute voor de Geallieerden dan een aanvliegroute voor hun bombardemenstvluchten. De aanvliegroutes waren dikwijls over de Noordzee omdat die route relatief veilig was. De terugvliegroute lag wel vaak boven de Achterhoek, overigens meer nog boven Noord - Brabant, omdat dat de kortste weg terug was naar Engeland. De strategie v.d. Duitsers was in hoofdzaak de terugkerende vliegtuigen op hun terugweg neer te schieten en minder op hun heen weg, hoe vreemd dat misschien ook lijkt.. Waarom dat was heb ik ook nooit zo goed begrepen. Omdat de Achterhoek op plaats nr. 2 staat qua terugvliegroute, zijn hier ook zo veel toestellen neergestort, maar in Noord-Brabant nog meer daar is de “crashdichtheid” dus nog iets groter dan in de Achterhoek. Tot zover het stukje van meneer Monasso, u kunt meer info bekijken in het museum waar hij secretaris is. Elders op mijn site treft u meerdere items aan, die ik aan dit museum gewijdt heb, klik in het zoekvenster onderaan het menu AVOG en u ziet ze vanzelf. UIteraard hebben ook veel van die vliegtuigen bommen boven de Achterhoek gespuugd, al dan niet per ongeluk, maar daarover vertel ik een andere keer meer.
WAARGEBEURDE PERSOONLIJKE VERHALEN Meneer Monasso heeft één van de vele verhalen die het museum rijk is, voor ons opgeschreven en Kees van de Meister vertelt zijn persoonlijke ervaring over deze crash erbij, klik op DEZE LINK om deze verhalen te bekijken. REACTIE VAN EEN LEZERES NAV DIT ITEM Heb je nieuwsbrief gelezen en alle oorlogsverhalen in de Marline. Spannende lectuur. Je hebt het weer goed bij elkaar gebracht. Het deed mij denken aan die nacht in de oorlog dat wij honderden vliegtuigen over onze hoofden hoorden gaan en we erg bang waren maar begrepen dat ze kennelijk naar Duitsland vlogen. En wat jij allemaal hebt geschreven is een soort vervolg op die vliegtuigen die wij hoorden. Wilt u mij verhalen of foto's sturen, dan kunt u contact met mij opnemen via het vlaggetje beneden of via het reactieformulier in het menu, zodat ik u mijn emailadres kan geven.
Aanvallen, Crashes, Pilotenhulp etc.
Ik heb Peter Monasso van het AVOG CRASHMUSEUM. in Lievelde gevraagd om informatie over de luchtoorlog in de Achterhoek. Omdat hij mij zo'n duidelijk en informatief antwoord gegeven heeft, laat ik het in zijn geheel staan zoals ik het van hem gekregen heb. Onderaan de tekst laat ik u ook een waar gebeurde crash lezen, zoals meneer Monasso hem verteld heeft en het bijzondere ervan is dat onze Kees van de Meister er een persoonlijk ervaring bij heeft, die uiteraard ook bij de link te lezen is. Ook de luchtoorlog is een belangrijk aspect geweest van de Tweede Wereldoorlog in de Achterhoek.
Hiervan waren er ongeveer 200 Engels, 150 Duits en 50 Amerikaanse toestellen.
Een Pilotenlijn was een ketting van onderduikadressen waar de piloten naartoe werden gebracht en waar zij soms korte en soms langere tijd verbleven. Soms een nacht maar soms ook wel enkele weken.
Wat gebeurde er met de vliegtuigen? Deze werden meestal door de Duitsers geborgen en afgevoerd via centrale verzamelplaatsen in Nederland, zoals bijvoorbeeld de Zentralzerlegestelle Utrecht en de Zentralzerlegestelle Herzogenbusch (in feite was dat concentratiekamp Vught waar de gevangenen de vliegtuigwrakstukken kleiner moesten maken-slopen)
Uiteindelijk kwamen de resten weer in de Duitse smeltovens terecht om van o.a. het aluminium weer Duitse vliegtuigen te maken. De aanvoer van aluminium voor de Duitse industrie was nl. door de oorlog tot stilstand gekomen omdat aluminium van Zuid-Amerika moest komen en dat werd door de Amerikaanse marine verhinderd. (blokkade) Zodoende hadden de Duitsers groot belang bij het bergen van vliegtuigwrakken in door hen bezet gebied. Alleen als vliegtuigen diep in de grond waren gestort dan konden de Duitsers deze niet bergen. Graafmachines zoals we die nu hebben bestonden toen nog niet dus er werd nogal ‘oppervlakkig’ geborgen.
Toen de AVOG in 1972 met zijn activiteiten begon was in feite het meeste materiaal al uit de grond. Alleen de toestellen die dieper in de grond zaten en toestellen uit het laatste halfjaar v.d. oorlog waren toen dikwijls nog aanwezig. Uit vooral die laatste periode stammen ook de meeste vondsten die in ons museum te bezichtigen zijn.
Iedere eerste zondag van de maand is het museum geopend en echt het is meer dan de moeite waard om eens een kijkje te nemen. Vraag dan vooral of u ook de film mag bekijken, want die heeft op mij zo'n grote induk gemaakt, dat dat mede de reden was om met deze canon te beginnen. U ziet verhalen zoals hieronder met ooggetuigen, plaatsen waar ze gecrasht zijn etc. Echt een aanrader dus!
Heel triest wat die arme jongens allemaal hebben meegemaakt.
Je hebt het heel goed beschreven. Mijn complimenten. groetjes Judith, toen wonende in Den Haag.