Deze pagina is vernieuwd op 30 juni 2010
ACHTERHOEK 40 - 45 Hier vindt u informatie en verhalen over deze periode gezien vanuit de Achterhoek Andere delen die ik al behandeld heb vindt u HIERWelkom in het item
Omdat dit een stuk geschiedenis van de Achterhoek is en het dit jaar 70 jaar geleden is dat de oorlog in Nederland begonnen is en dit in mijn ogen nooit meer mag gebeuren, wil ik het komende jaar aandacht hieraan besteden. Ik probeer het op een eenvoudige en zo luchtig mogelijke manier te doen, gezien mijn doelstelling van de site. Ik wil dit doen door een jaar lang elke maand een onderwerp over deze periode te bespreken. Wanneer u op de Lichtblauw onderstreepte woorden klikt, dan kunt u meer achtergrondinformatie lezen of indien aanwezig verhalen van lezers WAARGEBEURDE PERSOONLIJKE VERHALEN Meneer Monasso heeft één van de vele verhalen, die het museum rijk is, voor ons opgeschreven en Kees van de Meister vertelt zijn persoonlijke ervaring over deze crash erbij, VAN HELDENMOED EN VLIEGERPECH Het is komende september 66 jaar geleden dat zich boven de Achterhoek een van de vele luchtoorlogtragedies voordeed. Zaterdagavond 23 september 1944 stijgen in Oost-Engeland 249 bommenwerpers op om het vliegveld Handorf bei Münster en het Dortmund - Ems en Mittelland Kanaal bij Ladbergen te bombarderen. De bombardementsresultaten zijn maar mager en er is behoorlijk wat tegenstand van het Duitse Luchtwapen. Duitse nachtjagers zijn actief en jagen op de Engelse bommenwerpers. In totaal worden er 15 Engelse bommenwerpers neergehaald, sommige botsen tegen elkaar maar de meeste worden afgeschoten door Duitse vliegtuigen en de FLAK.(Flug Abwehrkanone ~ Duits Luchtafweergeschut) Lancaster ED470 van het 61 Squadron Royal Air Force met als piloot Flying Officer Hornibrook bereikt wel het doel maar kan vanwege een technische storing zijn bommenlading niet lossen. Met de andere toestellen verlaat hij het doelgebied vliegveld Handorf bij Münster weer en vliegt westwaarts. Nog boven Duits gebied worden ze aangevallen door een Duitse Nachtjager, een Junker 88. Er vindt een schotenwisseling plaats waarbij beide toestellen licht beschadigd raken en elkaar uit het oog verliezen. Maar niet voor lang. Even later treffen ze elkaar weer en boordschutter Tom Brown van de Lancaster vuurt onophoudelijk op de nachtjager. Deze schiet echter ook raak: ED470 wordt getroffen tussen staartstuk en middenstuk en er breekt op die plaats een felle brand uit. Het toestel bevindt zich dan ongeveer boven Eibergen. Er wordt koers gezet richting Engeland, maar ver komen ze niet meer. John Miller heeft vanuit zijn staartkoepel goed zicht op de buitenwereld en ziet in de duisternis zo’n 5 toestellen in moeilijkheden, allemaal met brand aan boord. Staartschutter John Miller probeert nog via de intercom contact op te nemen met de rest van de bemanning. De Intercom heeft de hele vlucht al matig gewerkt, maar nou doet ie het helemaal niet meer. Geen contact mogelijk met je collega’s om te overleggen. John heeft het gevoel dat het voor de rugkoepelschutter Brown toch al afgelopen is, het vijandelijke vuur was heftig geweest getuige de flinke brand en volgens John moet Sgt. Tom Brown wel dodelijk getroffen zijn. “The mid upper, I think, must have got killed.” Na de oorlog schrijft John: “In het toestel naar voren kruipen was geen optie, ik zou zeker verbrand zijn, verder overleg was ook niet meer nodig voor mij. Het was duidelijk ik moest er zo snel mogelijk uit.” Ik draaide de staartkoepel opzij zodat ik eruit kon springen, de parachute vlug en provisorisch aangeklikt en springen maar! John is de enige die er nog kan uitkomen. De rest blijft --al of niet al dodelijk getroffen-- aan boord. John zweeft vanaf een hoogte van ruim 3 kilometer naar de Achterhoekse bodem en dat duurt nog geen twee minuten. Terwijl hij aan z’n parachute bungelt ziet hij zijn Lancaster bij Zelhem neerstorten. Het staartstuk breekt af en komt ± 2 kilometer noordelijker terecht bij landbouwer Besselink aan de Korenweg in Zelhem. John komt bij Borculo in een weiland terecht vlakbij het zwembad ‘Galgenveld' tussen Lebbinkbeek en de Olde Schooldijk. Nu merkt hij pas dat hij gewond is aan z’n linkeroog, splinters van kogels hebben z’n hoofd geraakt, z’n oog begint verrekte pijn te doen en ook z’n schouder doet zeer. Hij heeft het parachuteharnas niet goed om gehad, het zat te los en toen de parachute opensprong kreeg z’n schouder een flinke opdonder. Maar goed bij de pakken neerzitten is geen optie. Vlug de parachute en zwemvest bij elkaar gegraaid en in een sloot gegooid, gelukkig vlakbij is een sloot, snel nog een paar takken erover heen, niemand heeft wat gezien, valt niet op zo. Of toch? Even later stemmen en hondengeblaf, verdorie toch Duitse militairen achter me aan ? John maakt dat ie wegkomt. Er doemt een beekje op (waarschijnlijk de Lebbinkbeek) Geleerd tijdens de opleiding, erin springen en een eindje er doorheen waden en dan de kant weer op, zo raakt de hond het spoor bijster. Het werkt! Geen last meer van gehad, man en hond niet meer terug gezien die nacht. Onderhand wel flink uitgeput geraakt, John wil zo snel mogelijk ergens gaan liggen. Hooibergen zijn geen zeldzaam verschijnsel in de Achterhoek en ja hoor, deze lijkt wel geschikt. ’s Morgens bij het licht worden maar weer opgestapt en op zoek naar een betere schuilplaats maar ook op zoek naar hulp, want z’n oog begint toch flink pijn te doen. Een kilometer of twee verder komt een boerderij in zicht, eerst maar eens even kijken of het er veilig uitziet, wat voor activiteit zich daar afspeelt. Niet veel, ziet er rustig uit. John neemt de gok, ernaar toe! Aardige mensen, hulpbereid, hij kan zich er wassen en krijgt wat te eten en te drinken. Na ± drie uur daar geweest te zijn gaat hij verder. Een Nederlandse man gaat met hem mee en na een tijdje lopen komen ze bij een volgende boerderij. Een bijgelegen schuur, die midden in een weiland staat, wordt aangewezen als volgende schuilplaats. Niet om het goed bedoelde aanbod zo maar af te slaan, maar dit lijkt John niks, hij merkt wel dat hij dringend medische verzorging nodig heeft voor z’n oog. Nee dan ga ik liever alleen verder. ”About 0700 hrs. on 25 September I made my way to Ruurlo.” John krijgt nog een paar schoenen van de boer, zijn wel twee maten te groot, maar toch nog beter dan zijn vliegerlaarzen die hem anders meteen al zouden verraden. Ook andere kleren gekregen die John over zijn vliegeruniform trekt. Zijn pistool houdt hij bij zich, voor noodgevallen, als het toch nog eens tot een confrontatie met Duitsers mocht komen. Maar alleen de weg vinden valt niet mee in een vreemd land. Verdorie een heel eind in de verkeerde richting gelopen, richting Groenlo, daar wil ik helemaal niet naar toe! ”Unfortunately I took the wrong way turning and found myself heading for Groenlo. I retraced my steps and about 1630 hrs. I finally fetched up at Zutphen with my feet badly blistered.” In Ruurlo weer de goede weg te pakken gekregen richting Zutphen. Aan het eind van de middag op 25 september 1944 komt Miller in Zutphen aan met flinke blaren. In een Hoofdstraat ziet ie iemand lopen, op de gok: ja, hij vraagt om hulp. “I told him I was RAF” (Royal Air Force) John mag hem volgen. De man brengt hem bij een vriend, die tandarts blijkt te zijn. Deze helpt John, wast z’n gezicht en behandelt z’n gewonde oog zo goed en kwaad als het kan. Er moet nog wel een nieuwe schuilplaats worden gevonden. John blijkt in goede handen te zijn. Een dag later gaat het op de fiets naar Bathmen, om precies te zijn naar het gehucht Zuidloo en daar vindt hij onderdak op boerderij ‘Achterkamp’. Daar zit al een andere Engelsman Flight Sergeant Leslie Langley. Deze is in dezelfde nacht als John ook als enige uit een andere Lancaster (LL901) gesprongen, de rest van de crew omgekomen, het toestel is bij Holten neergestort. Beiden hebben geluk gehad en worden goed verzorgd. Op ‘Achterkamp’ zitten ook evacués, familie van de eigenaar van ‘Achterkamp’ uit Deventer. Er is ook een leuk nichtje bij: Tilly. John en Tilly zien wel wat in elkaar, echt wat je noemt ‘liefde op het eerste gezicht’. Nadat John met de Canadese jeep op 6 april 1945 is weg gereden komt hij terug. Tilly gaat mee naar Engeland en daar trouwen ze. Een aantal gelukkige jaren volgen, maar helaas volgt er in 1949 een echtscheiding. John trouwt opnieuw met een Engelse en Tilly blijft in Engeland wonen. Haar broer en later nog een neef, volgen haar zelfs en emigreren óók naar Engeland, een kleine ‘volksverhuizing’ vanuit Oost-Nederland naar Engeland en dat vanwege de oorlog. Het is niemand kwalijk te nemen dat men niet weet dat er op die plaats zes Engelse vliegeniers zijn omgekomen en in feite hun graf hebben, toen niet en ook nu nog niet. De AVOG heeft echter na lang onderzoek alle andere locaties van de overige 14 gecrashte toestellen in kaart gebracht; één toestel blijft over en John Miller zag het neerkomen terwijl hij boven Borculo’s gebied aan z’n parachute hing. Ver weg van Borculo kan dat niet geweest zijn, het moet de ‘onbekende’ bommenwerper zijn zoals die in het archief van Zelhem en de Luchtmacht te boek staat. Een van de omgekomenen is Flying Officer Derek C. Heather, de bommenrichter. Toen hij omkwam was zijn vrouw in verwachting. Hij heeft nooit geweten dat hij vader zou worden en zijn dochter die nu 65 is, heeft nooit geweten waar haar vader is gebleven. Samen met haar tante Cynthia, de zus van Derek Heather, willen ze de crashplaats en het kerkhof in Zelhem nog eens bezoeken. De dood van hun dierbare krijgt ineens een invulling, is niet meer zó abstract. Het maakt het verlies, zelfs na al die jaren, er niet minder om maar wel anders. Dit is één van de verhalen uit het hoofdstuk “Zelhem” uit het standaardwerk over de Luchtoorlog boven de Achterhoek door Peter Monasso. AVOG’s CRASH MUSEUM, Europaweg 34, 7137 HN Lievelde. Geopend elke eerste zondag v.d. maand van 13.00-17.00 uur. Peter Monasso. Het aanvullende verhaal van kees Verbeek, die het allemaal van dichtbij heeft meegemaakt:
Op een bepaalde avond werd weer een grote bommenwerper neergeschoten en die viel neer aan de Hummeloseweg in Zelhem, dicht bij ons. Alle ruiten van ons huis aan de voorzijde kapot. Mijn pleegvader, die bij de eerste hulp - groep hoorde en diverse dingen had voor de Eerste Hulp bij ongelukken. Pakte z'n trommel en zijn fiets om...eerste hulp te bieden. "Kom nu", zei hij, "Nu gaan we". Ik zei, "Nooit van mijn leven ga ik daar naartoe, naar die vuurzee". En hij vertrok. Bij de Gasthuisplaats Toonk (zo heet die boerderij) was een bommenwerper met een gedeelte der bezetting neer gedonderd, De krater aan de Hummeloseweg was zo groot, dat er een heel huis in verstopt kon worden. De boerderij van Toonk werd gedeeltelijk vernield en aan de overkant van de weg stond een boerderij (Poppink geloof ik ). Daar werd de voordeur door de ontploffing ingedrukt en een Duitse soldaat kreeg deze deur tegen zich aan en stierf direct. De hele asfaltweg was vol met modder en klei enz. enz. Heb het zelf de volgende dag bekeken.. Op de site WWW.OUDZELHEM.NL kunt u het volgende hierover lezen: 23 september 1944, om circa 22.30 uur, stortte een Engelse Lancaster neer bij de Gasthuisplaats van Toonk aan de Hummeloseweg. De Lancaster neemt deel aan een raid van de Royal Air Force op Münster en het Dortmund - Emskanaal. Het toestel stort vrijwel verticaal neer en is aanvankelijk nog redelijk in tact, maar na vijf minuten komt de luchtmijn aan boord tot ontploffing, waarna er van vliegtuig en bemanning zo goed als niets overblijft. De explosie slaat een geweldige krater van 18 bij 23 meter en 6 meter diep. Het zand ruist verscheidene kilometers verder bij de boerderij van Oosterink Van de bemanning is niets bekend, de Lancaster had waarschijnlijk zeven bemanningsleden aan boord, maar omdat die nacht meerdere vliegtuigen van hetzelfde type verloren gaan is nooit duidelijk geworden om welk toestel het precies gaat. Op deze site is overigens nog veel meer te lezen over dit onderwerp, klik HIER Tot zover dit waargebeurde voorval in de Tweede wereld Oorlog, dat zich dus boven Achterhoeks grondgebied afspeelde. REACTIE VAN EEN LEZERES NAV DIT ITEM Heb je nieuwsbrief gelezen en alle oorlogsverhalen in de Marline. Spannende lectuur. Je hebt het weer goed bij elkaar gebracht. Het deed mij denken aan die nacht in de oorlog dat wij honderden vliegtuigen over onze hoofden hoorden gaan en we erg bang waren maar begrepen dat ze kennelijk naar Duitsland vlogen. En wat jij allemaal hebt geschreven is een soort vervolg op die vliegtuigen die wij hoorden. Wilt u mij verhalen of foto's sturen, dan kunt u contact met mij opnemen via het vlaggetje beneden of via het reactieformulier in het menu, zodat ik u mijn emailadres kan geven.
Ook van de Duitse vliegtuigen worden er diverse neergeschoten. 
John en Leslie verblijven er tot 6 april 1945 tot er een Canadese jeep voor het huis verschijnt. In januari 1945 komt daar nog een Spitfire Piloot bij van een Noors Squadron in de Royal Air Force: Kåre “Bob” Herfjord. Met z’n’ drieën halen ze de Bevrijding, nee dat is niet helemaal waar eigenlijk met nog meer personen.
Op 23 september 1944 vliegt ED470 nog een stukje verder dan Borculo. Komt terecht in een weiland bij landbouwer Willem Toonk op ‘Gasthuisplaats’ aan de Hummeloseweg in Zelhem en ligt daar circa vijf minuten in de weide…en dan...een geweldige explosie volgt, ja de bommenlading was nog aan boord! Alles vliegt uit elkaar, maar ook gedeeltelijk de grond in. Het weiland aan de Hummeloseweg wordt een graf voor 6 Engelse vliegeniers. Niemand weet dat, zelfs tot op de dag van vandaag niet. Een gedenksteen zou eigenlijk wel op z’n plaats zijn. Het enige wat huisarts dr. Diephuis op zondag 24 september 1944 nog vindt is een reepje vlees waarvan hij zegt “dat het afkomstig moet zijn van een menselijk lichaam.” Het wordt in een kist gedaan en op de Algemene Begraafplaats van Zelhem ter aarde besteld. De enige grafsteen die er staat voor in feite vrijwel de gehele bemanning doet geen recht aan deze tragedie.
Meest waarschijnlijk is dat de complete bemanning is omgekomen, maar zelfs dat is niet zeker. Het blijft mogelijk dat een deel van de bemanning het vliegtuig heeft verlaten, al moet dit dan wel ver buiten Zelhem zijn geweest.
Een reepje vlees, dat de andere dag wordt gevonden wordt door de huisarts is als menselijk restant gekwalificeerd en op de begraafplaats van Zelhem ter aarde besteld. Er wordt een gedenksteen bij geplaatst met de tekst An unknown Airman-only known to God.
Heel triest wat die arme jongens allemaal hebben meegemaakt.
Je hebt het heel goed beschreven. Mijn complimenten. groetjes Judith, toen wonende in Den Haag.