Deze pagina is vernieuwd op 30 juli 2010


Welkom in het item

ACHTERHOEK 40 - 45

Hier vindt u informatie en verhalen over deze periode gezien vanuit de Achterhoek

Andere delen die ik al behandeld heb vindt u HIER


Dit is het persoonlijke verhaal van mevrouw Kempers, haar vader is gevlucht uit Kamp Mauser, waar de Mauserfabriek stond.


Dit verhaal gaat over mijn vader: Hendrik Jan Kempers, geboren 03 -07 - 1907 op de “Kegelstee” aan de ringweg te Aalten, overleden 19 - 05 -1980.

NAJAAR 1942:

foto:badge van Bauser, zijn persoonlijke nummer staat hier op,www.marline.nl Mijn vader wordt door de Duitsers opgepakt en te werkgesteld als tolk bij de “Mauserwerke” in Oberndorf. Het werkkamp was een verschrikking, jongens uit Aalten en omgeving, van zijn eigen leeftijd en ook jonger, van wie hij er heel veel kende, moesten dag in dag uit keihard werken en hadden natuurlijk hele slechte leefomstandigheden, ze raakten ernstig ondervoed en ook de hygiène liet zwaar te wensen over, binnen de kortste tijd zaten ze onder de luizen en braken er ziektes uit als difterie en tyfus.

Dagelijks vielen er weer doden, s’avonds wensten ze elkaar welterusten en de volgende ochtend was er alweer een bed leeg.

Mijn vader moest dan ook dagelijks tolken bij de begrafenissen van deze jongemannen, wat voor hem ook heel zwaar was, omdat hij velen van hen kende, het ging hem door merg en been, te weten dat er weer een gezin een zoon of vader moest missen.


MEI 1943

Eind mei kreeg mijn vader een telegram in het kamp met daarin het bericht : Sohn, alles gut!

Mijn broer was geboren, en omdat het een zoon was, ( een toekomstige soldaat voor de Duitsers! ), mocht hij enkele dagen met verlof, om zijn eerste boreling te gaan bewonderen, maar wel onder voorbehoud!

Er was hem gezegd, dat wanneer hij niet terug zou komen, er 4 of 5 jongens zouden worden gefusilleerd, de namen van de betreffende jongens werden ook aan mijn vader doorgegeven, dit wilde hij absoluut niet op zijn geweten hebben, dus hij is toen inderdaad na enkele dagen teruggekeerd in het kamp.


NAJAAR 1943

In het najaar van 1943 begon het in Duitsland ook slechter te worden, zo ook in het kamp waar mijn vader gestationeerd was. De voorraden kantoorartikelen raakten op, de “hoge heren” waren nagenoeg door hun voorraad pennen, potloden, notitieblokken en andere kantoorbenodigdheden heen.

Mijn vader wist van de “nood een deugd te maken” door met veel bravoure te verkondigen dat er “bij ons” nog voldoende van deze spullen te verkrijgen waren!
En zodoende kreeg hij permissie om naar Nederland te gaan om een voorraad kantoorbenodigdheden te gaan halen. Dit keer geen waarschuwing voor het geval hij niet terug zou komen, want toen begon het ook in Duitsland al wat te verslappen.

foto:vergunning om te reizen,www.marline.nl Mijn vader wist dat dit een kans zou kunnen zijn om te ontsnappen, want hij wist ook, als hij nog langer in dit kamp zou blijven, hij het niet zou overleven, hij was er zelf ook niet best aan toe, vel over been.

Van een kameraad in het kamp kreeg hij een tip: “leg het boek: Mein Kampf goed zichtbaar bovenin je koffer, dan kom je onderweg zonder mankeren langs alle controles.

Dit heeft hij dus ook zo gedaan, alle spullen die hij in het kamp had, scheerapparaat, pyjama, etc. heeft hij daar gelaten, zodat het leek of hij weer terug zou komen, en inderdaad dankzij: Mein Kampf, kwam hij zonder problemen in Nederland!

Toen mijn vader tegen de avond thuis aankwam, was de verbazing dan ook enorm, mijn moeder heeft op zijn verzoek, een grote teil in de schuur klaargezet, en schoongoed klaargelegd, omdat hij onder de luizen zat, zijn huid onder de armen tot aan de flanken was helemaal rauw en stuk van de luizenbeten.

Sinds die tijd heeft hij altijd ondergedoken gezeten op onze zolder, daar zat een dubbele muur, met een tussenruimte waar net 2 volwassen personen staande tussen pasten.

Vanaf toen brak er natuurlijk voor mijn moeder een hele spannende tijd aan, want er waren natuurlijk geregeld razzia’s en dan moest mijn vader zich razendsnel weer op zijn schuilplek verstoppen.

Het is een keer gebeurd,dat de Duitse soldaten overdag kwamen en aan de kapstok de jas en de hoed van mijn vader zagen hangen, en dus ook meteen aan mijn moeder vroegen of haar man nog hier in huis was, dat was een heel angstig moment, maar mijn moeder wist ze ervan te overtuigen dat mijn vader nog in Duitsland zat en dat hij deze jas en hoed niet nodig had en daarom hier had laten hangen.

Ook midden in de nacht waren er razzia´s, op een nacht stonden ze bij mijn moeder op de deur te bonken, mijn tante, geëvacueerd vanuit Arnhem vanwege de bombardementen daar, liep zo langzaam mogelijk naar de buitendeur, zodat mijn moeder intussen naar boven kon gaan om mijn vader te waarschuwen en het bed waarin hij sliep, zo glad te trekken, dat het leek of er nooit iemand in sliep, en dan maar hopen dat een van de soldaten niet op het idee kwam om te voelen of het bed wel koud was, dus het was een vreselijke spanning iedere keer weer!

Het was enorm oppassen geblazen, ook als mijn moeder in het dorp boodschappen ging doen,
Ze was intussen ook zwanger van mijn zus, ( zij is 17 - 06 - 1945 geboren) dus iedereen dacht dat ze met de vijand heulde, omdat men in de veronderstelling was, dat mijn vader in Duitsland zat, ze werd met de nek aangekeken, maar ze kon niets uitleggen, want je wist niet wie je wel en wie je niet kon vertrouwen.


Voorjaar 1945

De oorlog begon al af te lopen, bij het Duitse leger was het al chaos, op een dag toen de Amerikanen overvlogen, stond mijn vader in de deuropening te kijken naar de vliegtuigen van “onze bevrijders”, plotseling kwam er een goede vriend van mijn vader aanlopen, ( Jan Akkerman) die stomverbaasd stond te kijken en zei: “Gunst Hendrik bun i-j hier, ik dacht dat i-j nog in Duutsland wazzen”!
Toen zei mijn vader tegen hem dat hij al anderhalf ondergedoken had gezeten, maar hij drukte zijn vriend op het hart om zijn mond te houden, want als ze hem nu nog zouden oppakken, dan was het voor hem voorgoed afgelopen.
Deze vriend heeft hem nooit verraden, dus dat was wat je noemt een ware vriend!


EPILOOG:

De schuilruimte waar mijn vader ondergedoken heeft gezeten, is kort na de oorlog verbouwd, ik heb die ruimte nooit gezien, wel de zolder waar de ruimte was, die is altijd gebleven.


Wilt u mij verhalen of foto's sturen, dan kunt u contact met mij opnemen via het vlaggetje beneden of via het reactieformulier in het menu, zodat ik u mijn emailadres kan geven.


TERUG

p://webcounter.be/hit?_id=marline&_hk=4032821&_z=1">