Deze pagina is vernieuwd op 28 november 2010


Welkom in het item

ACHTERHOEK 40 - 45

Hier vindt u informatie en verhalen over deze periode gezien vanuit de Achterhoek

Andere delen die ik al behandeld heb vindt u HIER


Omdat dit een stuk geschiedenis van de Achterhoek is en het dit jaar 70 jaar geleden is dat de oorlog in Nederland begonnen is en dit in mijn ogen nooit meer mag gebeuren, wil ik het komende jaar aandacht hieraan besteden.

Ik probeer het op een eenvoudige en zo luchtig mogelijke manier te doen, gezien mijn doelstelling van de site. Ik wil dit doen door een jaar lang elke maand een onderwerp over deze periode te bespreken. Wanneer u op de Lichtblauw onderstreepte woorden klikt, dan kunt u meer achtergrondinformatie lezen of indien aanwezig verhalen van lezers


Deel 10: Het dagelijks leven in oorlogstijd.
Hoe ging het bij de burgers met het huishouden, eten, verwarming etc. Ik wil in korte lijnen u een idee geven hoe het er toen die tijd aan toe ging.

WONEN TIJDENS DE OORLOG.

RAMEN EN DEUREN:

In Nederland en dus ook in de Achterhoek verliep het leven in het begin van de oorlog eigenlijk vrij normaal. men ging gewoon naar zijn werk of naar school, alleen waren er veel Duitse soldaten in de straten.

Hoe verder men in de oorlog kwam hoe meer er te merken was. Zo waren er een heleboel restricties, verordeningen en verboden die door de Duitsers of door de NSB'ers werden opgelegd.

Eën van die restricties was het avondverbod, 's avonds na 8 uur mocht men niet meer op straat lopen, want deed je dat wel dan liep je de kans gepakt te worden en daar stonden dan weer strafmaatregelen op.

Ook moest bij ieder huis de ramen VERDUISTERD worden. Daarmee wordt bedoeld dat mensen alle ramen moesten dichtplakken zodat er geen avondlicht meer door kon komen. Dit was ter voorkoming dat, er bij een luchtaanval, het huis beschoten werd of zelfs een hele stad.

foto: www.ergensinnederland.nl Dit verblinden ging bv met zwart papier, lakens, gordijnen of ander materiaal wat donker genoeg was. Ook hier stond een straf op, als je dit niet deed.

Alle verordeningen en restricties werden vaak aangekondigd met pamfletten of posters. Zo ook bij deze verordening, hier stond de leuze: " Bommen suizen naar het licht, houdt dus de gordijnen dicht." Bij de bevrijding werden deze papieren gebruikt bij de vele vreugdevuren.

Uiteraard was het dan 's avonds erg donker binnen en men had nog niet overal electriciteit, dus moest men het met kaarsen en olielampen werken. maar dit gaf niet zo heel veel licht, dus de mensen gingen, zeker in de winter, erg vroeg naar bed, ook omdat het in de winter veel te koud was. Maar daarover later meer.

Wat men ook met ramen deed was ze beplakken met papierstroken, dit deden ze om te voorkomen dat de ramen zouden barsten, wanneer er in de buurt een bom ontplofte. Want die stroken zouden helpen tegen de luchtdruk. Of het ook echt waar is, zou ik niet weten, wie weet kunt u mij daar, als lezer, iets meer over vertellen.


BEZITTINGEN:


Veel van de bezittingen werden in de oorlog geconfisceerd, zoals dat zo mooi heet, hiermee bedoelt men niets anders, dan dat je de spullen in moest leveren en je kreeg er uiteraad geen cent voor en meestal zag je er ook niets meer van terug. Dingen die je moest inleveren waren fietsen en radio's. Maar ook grote kerkklokken, want daar konden dan weer kanonnen en kogels van gemaakt worden. De radio moest je inleveren, omdat je niet mocht luisteren naar radio Oranje, zie de MEDIA IN DE OORLOG

Fietsen inleveren was in eerste instantie alleen voor de Joden, maar hoe verder in de oorlog werd het voor iedereen een verordening. Na de oorlog werd vaak de leuze geroepen, "Ik wil mijn fiets terug".


BOODSCHAPPEN

Zoals ik al zei was er in het begin nog niet zoveel te merken, de winkels waren nog gewoon open en men kon ook gewoon nog boodschappen doen. Echter hoe langer de oorlog duurde hoe schaarser de aangeboden produkten werden. Na een poos gingen veel produkten op de bon zoals dat heet, Men kreeg een mapje met distributiebonnen en met die bonnen kon je dan naar een distributiekantoor, waar je dan het produkt kreeg in ruil voor een bon en geld. Om distributiebonnen te krijgen moest je eerst in het bezit komen van een stamkaart, die kreeg je als je een geldig persoonsbewijs kon laten zien. Had je wel geld maar geen stamkaart, dan kon je ook niets kopen.

foto: mevrouw Kempers foto: mevrouw Kempers





In de kranten werd altijd melding gemaakt wat en wanneer je op de bon kon kopen. foto: www.virtueletochten.noordhollandsarchief.nl Omdat het voor iedereen altijd op dezelfe dag was, stonden er altijd lange rijen voor een distributiekantoor, zeker in de grote steden en plaatsen. Het kon dus wel eens voorkomen dat je uren in de rij had gestaan en dat als je aan de beurt was het produkt al op was. Dan had je pijn en moeite voor niets gedaan. Want zeker in wintertijden was het een hele opgave om uren in de rij te staan. Maar je moest wel, anders kon je de produkten niet krijgen.

Produkten die men op de bon moest kopen waren:
Thee, koffie, schoenen, brood, meel, kleding en textiel, zeep, vlees, boter en eieren.

Er waren bonnen voor vrouwen en bonnen voor mannen, voor meisjes en jongens, dit gold vooral voor de textiel en de schoenen. Ook waren ze nog op leeftijd ingedeeld.

Ook na de oorlog kon men alleen op de bon kopen, omdat er toen ook nog veel schaarste was in Nederland.

Voor meer info kijk op WWW.WIKIPEDIA.NL,

In de oorlog was er veel tekort aan kleding en het werd ook steeds duurder, zelfs onbetaalbaar. Daarom was er een levendige handel in natura, dat noemen we ook wel ruilhandel. Dit gebeurde bij ruilbureaus. Zo bracht je bv een kledingstuk van je kind in dat te klein was en ruilde dat voor een stuk wat wel pastte.
Als er geen passende kleding voorhanden was, dan werd je geregistreerd en kon je later iets passend meenemen. Verder werd er onderscheid gemaakt tussen zomer - en winterkleding. Zomerschoenen waren bv vrij verkrijgbaar, winterschoenen uitsluitend met bon.
De definitie van zomerschoen was eerst: alle schoenen met gaatjes, later werd dat: "schoenen waar geen leer of rubber aan zit, alsmede strandsandalen met houten zool en een boventuig van ter hoogte 5 riempjes, die niet breder dan anderhalve cm mogen zijn".

Er werd niet alleen textiel geruild, maar ook voedsel en brandstof.

Ook bij de boeren kon je niet meer met geld terecht, dus werd alles uit de kast gehaald, waar men afstand van kon doen. Zoals keukentextiel, overhemden, beddegoed, maar op het laatst zelfs antieke voorwerpen, gouden tanden enz.

Met name in de hongerwinter kwamen veel mensen uit het westen van ons land naar de Achterhoek om spullen te ruilen voor voedsel, want in het westen was het nog erger dan bij ons. Die mensen fietsten of liepen honderden kilometers, er reden bijna geen treinen en auto's waren er ook bijna niet, dus hadden ze weinig keus. Of die hele afstanden afleggen of dood gaan van de honger. Dan moest je ook nog hopen dat je geen Duitser of NSB'er tegen kwam, want dan liep je ook nog het risico dat alles voor niets was en dat je het weer moest inleveren. Naar schatting gingen elke dag een 50.000 mensen op voedseltocht

Mensen werden ook creatief, zo maakte men schoenen van stevig papier met houten zolen, of er werd van een deken een jas gemaakt, ook lakens konden tot kledingstukken vermaakt worden.

foto: www.collectiegelderland.nl Kon je na een luchtlanding een parachute bemachtigen, dan werd daar ook kleding van gemaakt, zelfs trouw - doopjurken.

Omdat de mensen steeds magerder werden, lieten ze hun kleding ook innemen (vernaaien), de naaister was er niet zo blij mee, want ze waren vaak vies en stonken vreselijk, omdat er niet vaak gewassen werd, want de zeep was ook op de bon.

foto: www.virtueletochten.noordhollandsarchief.nl Uiteraard was er ook zwarte handel aanwezig, men verkocht dan de produkten tegen woekerprijzen, maar dit werd bestraft.


KOKEN EN VOEDING

foto: hmr Gekookt werd er op een noodkachel, het zgn. duveltje. Dit was een dubbelwandige ijzeren buis met een doornsnee van 30 cm. Hierin werd allerlei brandbaar materiaal gestookt, daarop werd een pan gezet om in te koken, dit werd dan weer op het fornuis gezet, om de rook via de schoorsteen te laten verdwijnen.

Naast de produkten die men op de bon kon kopen, zie boven, werd er ook veel in eigen tuin verbouwd, zelfs in grote steden.

Omdat eten steeds schaarder werd ging men alternatieven zoeken, zo at men bv tulpenbollenstamppot of dronk men eikeltjeskoffie. foto: www.verzetsmuseum.org Ook suikerbieten werden geschild en met speciale raspen geraspt. Zelfs aardappelschillen waren op het laatst een feestmaal.
Als vlees werd ook walvis gegeten, het was wat taai, maar wel gezond en zeker de levertraan werd nog lang na de oorlog gebruikt, omdat het zo gezond was.

Het recept voor tulpenstamppot:
Ingrediënten: 2 kg tulpebollen, 2 kg aardappelen, 4 kg rode kool.

Was het zand vd bollen, verwijder krans en bast. Snijdt de bol doormidden en haal de groene pit eruit. Ca 7 minuten met wat zout koken. Aardappels en rode kool samen koken, daarna de gekookte tulpen bij de rest doen en stampen, evt met kruiden.
Meer recepten vindt u op WWW.VERZETSMUSEUM.ORG.

Als u op de link klikt en dan nog een keer op het plaatje dat dan verschijnt, kunt u de diverse recepten lezen.

Had je helemaal niets meer om te koken, dan kon je naar de Gaarkeuken. Dit was een centrale plaats in de stad of het dorp, waar je eten kon halen, zeg maar de huidige voedselbank, al is het verschil natuurlijk groot. Vroeger kon je daar gerechten halen, maar daar moest je je niet al teveel van voorstellen. Zo stond er meestal stamppot of soep op het programma en dan niet oma's dikke groentesoep, nee een waterige brei dat soep moest voorstellen.

Het voedsel kwam in grote gamellen, (grote kookketels). Je kwam met een pan en iedereen kreeg een schep voedsel.
Had je een hele dag in de rij gestaan en het eten was op, dan kon je naar de centrale keuken.
Op de site van de NPS, kunt u een filmpje zien waar een klein beetje over de voedselschaarste en de gaarkeuken verteld wordt.

Het Rode Kruis deed ook veel voor de mensen en met name aan kinderen werd op scholen extra voedsel gegeven bv. sinaasappels

foto: www.marline.nl Ook werd er veel gewekt, dat is een manier van conserveren van voedsel, zoals groente, fruit en vlees in de zgn weckpotten. foto: blog.francineoomen.nl Daarnaast hadden ze ook hooikisten. Eerst werd het eten aan de kook gebracht, dan zette je de pan in de hooikist. Dit was een kist 2 x zo groot als de pan en die werd gevuld met hooi, vandaar de naam. Door de isolerende werking werd het vlees op een energiezuinige manier gaar. Nu doet men dat bv nog met een dekbed of slaapzak, althans mijn moeder doet dat wanneer ze een kerstmaaltijd maakt met meerdere gangen.

Je had ook regeringsbrood, ook dit moest via de bon. Dit was brood van rogge, aardappels en peulvruchten, maar de smaak was niet echt lekker en het smaakte zeker niet als brood, maar uit nood doe je veel. Dan had je ook nog het zgn Zweedse brood, uit Zweden kwam meel dat uit vliegtuigen werd gedropt, De Nederlandse bakkers maakten er dan brood van en ieder gezin kreeg een half brood.
Met dank aan Judith, zij heeft hier leuke en lekkere herineringen aan.

foto: www.jeus.info/1945/ Na de oorlog werden veel voedseldroppingen gedaan. Hier werd vanuit een vliegtuig pakketten met voedsel gegooid, die weer door de plaatselijk bevolking werd opgeraapt en verdeeld. In die pakketten zaten meestal rijst, worst, meel, bonen, boter, aardappels, sigaretten, chocola, biscuits, melkpoeder en aardappelpuree.


BRANDSTOF

Brandstof werd ook steeds schaarser en daar had men allerlei alternatieve voor gevonden.

foto: www.oranjevrijbuiters.nl Zo maakte men ballen van papier, met name kranten werden natgemaakt en tot ballen gekneed. Dan werden ze gedroogd, een goede bal leverde ongeveer een uur warmte.

Natuurlijk werd er ook veel hout gesprokkeld en bomen gekapt, maar er was ook de zgn houtroof, hout dat uit sloophuizen werd gehaald, houten blokjes uit rails gebikt, de nood was hoger dan de angst voor represailles. Ook meubels werden kapot gezaagd, trapleuningen, houten vloeren, tuinhuisjes, schilderijlijsten en had je thuis niets meer, dan ging je de natuur in.

foto: www.marline.nl Om electriciteit op te wekken gebruikte men fietsdynamo's. door te fietsen kon men via de dynamo bv licht opwekken, ja zelfs hele machines laten lopen. Zo staat er in het OUDE BOEKDRUKKUNSTMUSEUM in Almen een drukpers die op de aandrijving van een dynamo liep.

Ook had je een water - en vuurwinkel, hier kon je gloeiende kooltjes kopen om de kachels mee aan te maken of water mee te verwarmen. Verder verkocht men snoep, gepofte kastanjes, briketten en zeep. Dit bleef bestaan tot midden jaren 50, daarna kreeg men gasverwarming.

foto: www.nederlandbreedbandland.nlOok de brandstof voor auto's werd steeds schaarser en men werd ook daarin creatief, zo werd er een paard voor de wagen gespannen, daar komt dit bekende spreekwoord ook van. Men ging dan in de auto zitten, dat door een paard werd getrokken.


KINDEREN

In eerste instantie hadden de kinderen tot 14 jaar nog gewoon de leerplicht en gingen ze naar school. Vakken waren lezen, schrijven, rekenen, geschiedenis, aardrijkskunde, verkeersles, natuur, zingen, tekenen en gym.
Verkeersles was door de Duitsers verplicht gesteld, omdat ze vonden dat Nederlanders zich chaotisch en ongedisciplineerd over de weg bevonden. Dit wordt tot de dag van vandaag nog steeds gegeven, de hoogste klassen van de lagere school krijgen nog steeds een verkeersexamen.

Op een gegeven moment werd het schoolgaan steeds moeilijker en hoefden ze zelfs helemaal niet meer naar school, het was of te gevaarlijk of de scholen waren gevorderd om soldaten in te herbergen of het werd als noodziekenhuis gebruikt.

foto: wikipedia Na de oorlog gingen de kinderen vaak naar noodlokalen van golfplaten, het zgn tinhouse. Dit had zomers het nadeel dat het veel te warm was en in de winter was het weer veel te koud.

Door deze vele vrije tijd speelden kinderen ook in de oorlog, al kon men natuurlijk niet zo spelen, zoals dat voor de oorlog gebeurde. Zo moest je bij luchtaanvallen onderduiken en was er niet veel speelgoed voor handen. Toch waren ook kinderen inventief. Als ze bv wilden voetballen, dan maakten ze een voetbal van een grote prop papier, daar werd dan touw onheen gerold en zo ontstond de voetbal. Nadeel was echter dat het niet nat mocht worden, want dan viel de bal uiteen.
Andere spelletjes die ze deden was tikkertje, boompje wisselen, foto: hmr Rotterdam playeren. (Player was een sigarettenmerk met een plaatje op de verpakking, men maakte daar plaatjes van, die knipte men in tweeén, dan schudde je de kaartjes en speelden een soort kwartet om de 2 helften weer te verenigingen), Verder werden er van de vliegtuigwielen van WACO zelf gemaakte karren gemaakt. (Helaas is de link in het engels, maar dan hebt u een idee).
Ook werden grote blikken gebruikt om vlotten te maken.

Kinderen lagen, met name in de winter en dan vooral de hongerwinter, veel in bed, zowel in de nacht als overdag, dekens waren enigszins warm en zo hoefde je niet te stoken. Maar echt aangenaam warm was het niet, omdat de dekens vaak te dun waren en het lichaam werd door de ondervoeding en de slechte conditie ook niet echt warm te krijgen, dus lag je vaak met meerdere in bed, zodat de combinatie deken - en lichaamswarmte tot een zo aangenaam mogelijke toestand zou worden.

In de zomermaanden moesten kinderen ook meehelpen, bv met het plukken van boontjes, helpen met houtsprokkelen en ander activiteiten die voorhande lagen.


HYGIËNE

Hoe verder de oorlog verliep hoe minder hygiënisch het werd. Er werd geen vuilnis meer opgehaald, dus dat gaf niet alleen troep en stank, maar het trok ook ongedierte als ratten aan. Dat had weer tot gevolg dat er veel ziektes kwamen, dus men zat in een vicieuze cirkel. Weinig voedsel, slechte hygiéne, slechte condities en een land in oorlog, maakte dat mensen steeds zwakker en zieker werden en zelfs stierven.


TABAK EN ANDERE GENOTSARTIKELEN

In de oorlog was tabak dus op de bon, maar de fervente roker liet zich niet van zijn stuk brengen en de meesten gingen over op eigen teelt, het zgn surrogaattabak (neptabak). Men verbouwde van allerlei plantjes, die werden klein gesneden en als vloei gebruikte men de blaadjes uit de bijbel. Deze sigaretten stonken vreselijk.

Ook kende men het begrip "bukshag" Mensen zochten op straat naar resten van peukjes die door andere rokers weg werden gegooid, als je dan een paar peukjes had kon je weer nieuwe draaien, je moest dus bukken om ze op te rapen, vandaar de naam bukshag.

Ook thee werd zelf verbouwd, men gebruikte braambladeren als theeblad en dat heette dan surrogaatthee. De bladeren werden geplukt en dat was een leuke bijverdienste, want je kreeg voor een kg blad 15 ct in 1941 en dat was voor die tijd een heel bedrag, wel was het een stekelig klusje,


VERVOER

foto: lh4ggppht.com De meeste Nederlanders hadden een fiets, zo lang die niet werd ingevorderd. Maar ook daar had men iets op gevonden. Fietsen die houten banden hadden of een ijzeren beslag werden niet ingevorderd. Ook als de voorwiel door een stepwieltje werd vervangen mocht je hem houden. Ook hier was men zeer creatief, want zelfs tuinslangen werden als band gebruikt. Niet alleen omdat de Duitsers ze anders inpikten, maar banden werden ook steeds schaarser.
In 1941 werd de fietsbelasting afgeschaft, in de crisisjaren voor de oorlog moest men fietsbelasting betalen en waren er de bekende fietsplaatjes, met en zonder gat. De gaatjes waren dan voor de werklozen, die gevrijwaard waren. Zie ook het hoofdstuk WERKEN IN DE OORLOG

In het begin van de oorlog waren er ook nog redelijk veel auto's, de schatting is 100.000, maar aan het einde vd oorlog waren het er nog maar 25000. Dit kwam mede door de schaarste aan brandstof, zie boven, maar ook omdat het gesloopt werd en er andere dingen van gemaakt werden.
In het begin waren er 12000 benzinestations, maar binnen een paar maanden werden er 9000 verzegeld.
Benzinemerken uit die tijd waren CALTEX, TEXAS OIL, en CALIFORNIA,

Als alternatief werd gas gebruikt, sommige auto's hadden op het dak grote gasballonnen, die leken op een Zeppelin. Deze werden gevuld met stadsgas of met eigen gemaakt gas. Dit werd gedaan door een generator, waarbij hout of kolen omgezet werden in gas. Ook bussen reden op deze manier. Maar ook de paardentram werd weer van stal gehaald.

foto: www.innl.nl





Dit was een kleine greep uit het dagelijks leven in de oorlogstijd, Er zal vast nog meer te vertellen zijn, dus mocht u een aanvulling hebben, schroom niet en laat het me even weten.


Wilt u mij verhalen of foto's sturen, dan kunt u contact met mij opnemen via het vlaggetje beneden of via het reactieformulier in het menu, zodat ik u mijn emailadres kan geven.