
Deze pagina is vernieuwd op 25 oktober 2007
BELEVENISSEN VAN KEES VERBEEK De heer Kees Verbeek ofwel Kees van de Meister uit de Velswijk, inmiddels een goede bekende van onze site, wil graag zijn belevenissen en ervaringen in de openheid brengen, het internet is een prima medium daarvoor en wij willen hem graag de gelegenheid geven om dat te doen, Hij is een geboren Achterhoeker en hij heeft een ruime levenservaring, waar u, als lezer, nog veel van kunt leren. Daarom kunt u maandelijks een deel van de mijmeringen van Kees in onze Leeszaal lezen, deze week aflevering 1 BIJ DE ORTSKOMMANDANT Omdat ik weet, dat ik vele malen in mijn leven uit de dood ontsnapt ben wil ik dit graag aan anderen vertellen, omdat ik geloof in een Hogere Macht of dat wij als mensen misschien door Engelen bewaard worden. Ieder is immers vrij om op den een of andere manier te geloven of dit helemaal niet te doen. Voor mij zijn het wonderen. Maar leest U rustig verder en erger U niet aan mijn verhaaltjes. Ik heb er part noch deel in, maar ze gebeurden werkelijk en komt U gerust met commentaar, het staat U vrij om te reageren. Na enkele minuten hoorden we een vreselijk geschreeuw in het Duits achter ons en een van de soldaten zat ons achterna, vloekend en tierend en hij kwam al gauw naast ons fietsen. We zagen er beiden tamelijk bleek en bevend uit toen we op weg naar huis fietsten, zonder een woord te wisselen. Voor de zekerheid hebben we dit voorval nooit thuis of aan anderen verteld. Maar in een Duits concentratie-kamp hadden we het zeker nooit overleefd.
Het moet in de jaren 1940-1942 geweest zijn, dat ik met mijn broer Jakob door Doetinchem fietste, door de Van Nispenstraat op weg naar huis, vanaf de school. Ons land was overvol van Duitse soldaten, zo ook in Doetinchem. Op het trottoir liepen enkele soldaten te flirten met hollandse meisjes. Jakob die de hele invasie haatte, kon niet zien, dat ze ook onze meisjes probeerden te verleiden.
Opeens hield hij zijn vaart even in en schreeuwde zoiets als "Och wat!" en daarna fietsten we zachtjes verder, onder het gemopper van mijn oudere broer, de Ds.van Dijweg in en verder naar huis.
"Was haben Sie gegen die deutsche Soldaten?" schreeuwde hij . "Schweinhunde!" ging de Duitser verder. "Ja," zei Jakob, "die gibst es ja mehr!" "Was" schreeuwde hij nog woedender, "was meinst Du? "Ja, hier" zei Jakob en wees naar mij. "Jetzt mit nach dem Ortskommendant und schnell!" Wij volgden hem of liever we werden door hem verder gejaagd naar het huis "Avondrood" aan de Ds.van Dijkweg, waar de Plaatselijke Kommendant der Wehrmacht zijn hoofdkwartier had. Hij schreeuwde en schopte ons naar binnen, voor een grote, brede tafel, waar de jonge Ortskommendant op zijn troon zat.
Ook hij schreeuwde en vloekte tegen ons en zei net als de soldaat:"Was haben sie gegen die deutsche Soldaten?" "Nou nichts" zei Jakob heel rustig. En we stonden met onze handen in de zakken van onze regenjassen voor hem. "Hände aus die Tasche" schreeuwde hij." Als je hier binnenkomt, heb je niet je handen in de zak, maar sta je in de houding voor een duitse Offizier, verstanden?" schreeuwde hij weer. "Jawohl" kwam het rustig van ons beiden. "Jawohl, herr Ortskommendant!" schreeuwde hij. Als het nogmaals gebeurd "werden sie eingesperrt and dann bekommen sie jeden Tag nur wasser und Brot, verstanden?" "Jawohl, herr Ortskommendant", schreeuwden we beiden met bevende stem. "Und jetzt heraus!"was de laatste schreeuw, die we van hem hoorden en waarna we via de Kruisberg naar huis fietsten.