
Deze pagina is vernieuwd op 25 oktober 2007
POÉZIEGEDICHTJES. Ik vond op de zolder het poëziealbum van mijn moeder uit 1949 en ik wil u een paar rijmpjes niet onthouden: Wees rein als de lelie steeds gelijk, aan de eenvoud van viooltjes rijk en trouw als de klimop van de rots, dan zijdt ge een kind ter ere Gods. Goede morgen maandag, hoe gaat het met dinsdag, doe de groeten aan woensdag en zeg tegen donderdag, dat ik as. vrijdag, met de trein van zaterdag, bij zondag kom logeren. Het mooiste in een meisjesleven, is geen geld en overvloed, maar een goed en vrolijk hartje en een rein en kalm gemoed. Potverdikke nou mag ikke, zomaar in je album staan, potverdorie wat een glorie, wat een lol, het blad is vol. Je staat in de lente van het leven, ik wens je veel vriendschap en geluk, dat de zomer je veel voorspoed mag geven, dan is in de herfst het oogsten goed en kun je in de winter van je leven daar rustig op potverteren gaan. Strooi vandaag een enk'le bloem, op uw naastenpad, strijk dan van het bezorgd gelaat enk'le rimpels glad, lenig smart en droog een traan, breng een enk'le zegen aan, laat een woord van liefde horen en uw dag is niet verloren.