Welkom in het

ACHTERHOEKS TAAL - ARCHIEF,

Hier vindt u spreekwoorden en gezegden in die ik besproken heb in Achterhoekse Taal.




A'J NE ENDE ZEUVEN JOAR LOOPLESSE GEEFT ,WAGGELT ZE NOG"

Dit betekent "Al draagt een aap een gouden ring, 't is en blijft een lelijk ding." Je kunt je afkomst niet verloochenen.

Een gezegde, ingestuurd door Bernard Bonenkamp



"A-J PECH HEBT, BRAEK I - J OW DEN VINGER IN DE RIESTE PAP

Dat betekent: een ongeluk zit in een klein hoekje.



" AS DE OAGSTMAOND VAN DE KOLLE BEAVEN DUT, DAN IS UT VEUR UT GEWAS GOED"

Dit betekent zoveel als wanneer de oogstmaand, dus deze tijd, de temperatuur aan de koude kant is, dat het dan voor het gewas erg gunstig is.

"AS DEUS WAS KAS, WAT SAS DAN MEER."

Als je doet wat je kunt, wat zul je dan nog meer doen.

" AS TER EEN TIED IS AF E SPROKKEN, WAT VERSCHILT DAN TOCH VAKE DE KLOKKEN"

Deze haal ik nog regelmatig aan bij bijvoorbeeld een vergadering als iedereen op de "eigen " afgesproken tijd komt, aldus meneer Buunk

"BOLDERBOKSE"

Een bolderbokse is een druk en onrustig persoon, we noemen het ook wel een druktemaker.

"DE HOONDER HEBT HET GAT OP HET DORP ANSTAON"

Dit houdt in dat de eieren duur zijn.



DE LOCH JÖCH LOSS MET FLADDEN

De bewolking breekt.

"DOAR LIGT DE MÜZE VEUR DE SPINDE".

Daar liggen de muizen voor de voorraadkast. figuurlijk betekent het: Het is daar in huis armoe troef is.



"DOE HET HAENIG AN"

Doe het rustig aan, komt tijd komt raad.



"D'R ZITTEN ROEPEN OP UT MOOS"

Er zitten rupsen op de boerenkool.

" EEN RIEKEN STINKERD"

Ingestuurd door Joop uit Almen. en dat betekent aldus Joop:
Vrogger wodden rieken wal in de karke bie e'zet en as dee der een hörtjen der leijen, begun dat te stinken.
En dee loch trök dan aoveral deur hen ok deur de vloere naor baoven en as ie dan net op ut karke bankje met de neuse der baoven zit ,dan stunk dat beheurlijk en dan zeiden de leu das een rieken stinkerd. Daor kump de uitdrukking een riekenstinkerd vandan, want allenig rieken hadden ut veurrecht um in de karke begraven te worden",

Vertaald naar ABN zegt hij:
Vroeger werden rijken wel in de kerk bij gezet en als ze er een poosje lagen, dan begon dat te stinken
Die lucht trok dan overal door heen en ook door de vloer naar boven en als je dan net op het kerkbankje met de neus er boven zat dan stonk dat behoorlijk en dan zeiden de mensen dat is een rijke stinkerd, daar komt de uitdrukking een rijke stinkerd vandaan. Want alleen de rijken het voorrecht om in de kerk begraven te worden.

"EEN ZITTEND GAT HEF ALTIED WAT OF VINDT WEL WAT!"

Iemand die altijd zit en niets doet, heeft tijd om te piekeren.

"FOEL IN DE HOED of
FOEL IN DE BÖTTE ZIJN"

Dit is typisch een gevoel van de winter, nl je voelt je hangerig, lamlendig, kwakkelig enz.

"GLISTERPETER"

Dit is iemand die het achter de ellebogen heeft, een stiekemerd dus.



"GOEDELENDE DEERNS"

Dit zijn ginnegappende of giechelende meisjes



"HANG - AOVER - DE LIPPE "
" EFFEN 'N SIK VERZETTEN"

Ingestuurd door Joop uit Almen, die ook onderstaande tekst erbij stuurde.

(Zoerkool uut Vat as ut onmundig zoer was )

Tegenwoordig vinden we het heel normaal dat we het hele jaar door in de supermarkt terecht kunnen voor sperziebonen, peultjes en zelfs asperges. Groenten die voor onze ouders en grootouders nog seizoens -, lees zomergebonden waren. Als ze ze dan al aten, tenminste.

In de winter bood het menu van de gewone Nederlander weinig variatie. Eigenlijk at men vooral koolgroenten. Boerenkool zo van het land hoorde daar natuurlijk bij. Al werd die in de Achterhoek zo niet genoemd. Hier sprak men van moes of moos. Of ook wel van lankmoes. Ook spitskool was wel bekend. Maar dan onder de namen sukerkool, zeutekool of zommerkool. Net zo als savooiekool greunekool heette, of gaelekool of putjeskool.

Maar het vaakst stond toch witte kool op tafel. Die in het grootste deel van de Achterhoek kabbes werd genoemd, maar ook ook wel boeskool of boezekool.
Kabbes werd wel vers gegeten in een stamppot (pot - deur - mekare), maar het overgrote deel van de wittekooltjes ging (geschaafd) in het vat. Zout erbij, een zware steen er bovenop en een beetje geduld, dan kreeg je de lang houdbare zuurkool. Door onze streektaal sprekende ouders waarschijnlijk gewoon zoerkool genoemd, maar de generaties daarvoor hadden het nog over boeskool - oet - de - tonne of over zoermoos. Of over hang - aover - de - lippe. En wie wel eens een hap zuurkool zo uit het vat heeft genomen zal begrijpen waar die benaming vandaan kwam. 't Kan lastig eten zijn.

"HE (ZE) HEF HET WEGENSTRO NOG ACHTER DE ORNE ZITTEN"

Bemoei je er niet mee je weet het toch niet.
Gezegde gekregen van de heer Moorkamp uit Aalten,



"HE IS VAN 'T RIT AF"

Hij is van slag af, dus even niet weet hoe nu verder moet.



"HEE LÖP AS NE HANE MET STRONT TUSSEN DE TENE!"

Gezegd van iemand die nogal verwaant voorbij komtl open.. Gekregen van Wim Bluemers



"HE NAIJ'T OE EEN ORE AN"

Hij nept je, je wordt bedonderd.

"HET HOKSENBARGSE KEARLTJEN HEF UM TE PAKKEN.

Het is een lui mannetje.



"HIER BUNK, WAT MOK, WAT ZOK"

Anekdote--- Hier buk- Wat mok- Wat zok--.
Er was een Boer en die had hulp nodig, hij ging naar zijn buurman (noaber) en vroeg hem of hij zijn knecht een dag kon lenen. Dat kon wel, zij spraken een dag af en op de afgesproken dag meldt de knecht zich bij de buurman, hij zegt---Hier buk-Wat mok-Wat zok--. Vertaling –Hier ben ik- Wat moet ik hier gaan doen- Wat wilt U dat ik hier ga doen.
BJA 4-6-06

HOO STIEVER DE KÖPPE, HOO FELLER DER ZWÖPPE.

Dat wordt gezegd als mensen in een hooglopend conflict niet toe willen geven.

"IE HEBT LEU, POTLEU EN STUMPKES"

Er zijn mensen, domme mensen en hele domme mensen.

" IEJ KIEKT ZO VERNEMSTIG "

Je kijkt oplettend of je bent alert. Ingestuurd door mevrouw Lichtenberg,

IE KÖNT MIE DE HAKKE VIOLEN.......

Je kunt m'n rug of de pot op.



"IK BUN D'R NIETS OP"

Ik ben er gek op.



"IK BUN GEEN EKELWORM, DEE'J AN EEN TOWKEN LOAT VLEGEN"

Letterlijk betekent dit ik ben geen meikever,die je aan een touwtje laat vliegen"
figuurlijk betekent dit je hoeft me niet zo te commanderen.



" IK MOT EFFEN DE ULKE VAN DE STAPPE ZETTEN "
" EFFEN 'N SIK VERZETTEN"

beide betekenen hetzelfde en ik heb ze gekregen van de heer Tjoonk, die geboren is in Eibergen.
Het betekent dat je even de zinnen moet verzetten

Heb van Jan een reactie gekregen en wel de volgende:
Ik zag het gezegde,effe de sik verzetn.
Bij ons zegt men dit ook als men gaat plassen. gr. jan

Ik kom even terug op mijn spreekwijze: "De ulk van de stappe zett'n". Dat betekent inderdaad, zoals Jan het zei, 'Ik ga even plassen'. Overigens 'ulk' betekent in het ABN 'bunzing'. Er is ook een gezegde "'n ulk oet de kniepe doon" wat wil zeggen: "zijn behoefte doen".
'ne stappe' is in het ABN een klem om dieren zoals bijv. mollen, bunzings enz. te vangen.
Ik hoop dat ik U wat wijzer heb gemaakt. Het moet echter van mijn hart: Ik vind Uw website fantastisch. Ga vooral zo door!!!
Hartelijke groeten vanuit Mol (B) van een oud Eibergenaar Tjoonk

"IN 'T VERTÖGGELTE"

Stap voor stap of in gedeeltes.

" KRÄÖSKEN".

Dit is een klein mannetje, deze term wordt in Aalten gebruikt.



"KOM WEER ES AN KEUNE KIEKEN"

Dit werd vroeger gezegd als men elkaar zag of afscheid nam, het betekent letterlijk, "kom eens snel de biggetjes kijken", men bedoelde dat je niet te lang moest wachten om eens op bezoek te komen.



" MAAK OEW NIE VAN PERCEEL"

Nooit van iemand anders gehoord en dat betekent "schiet niet in de stress", aldus mevrouw Lichtenberg.


MANKZAOD

Gekregen van Joop uit Almen, die dat weer heeft van de vader van Hans Keuper Die had een boekje uitgegeven, dat heette "Een Schepel Mankzaod".

De uitleg die hij geeft:
vrogger ha'j Zaod en Mankzaod a'j bieveurbeeld Haverzaod hadden dan ha'j Haverzaod. Maor a'j Mankzaod van Haver hadden dan zat daor ok alle soorten van onkruud zaod bie in en Mankzaod was ook völle veurdeliger um te kopen, ut woord zecht ut eigenlek ok wal, dat zaod is mank, neet goed dus, Mank zaod bestaet ok neet meer, alles wod gewoon dood espotten, zodat alleene ut gooie zaod aoverblif.


"MET HOLT DA'J ZONDAGENS KAPT STÖKT D'N DÜVEL DE HÖLLE."

Op zondag hoef je niet zo nodig te werken, het is een rustdag.

Een uitdrukking, gekregen van Bernard Bonenkamp:



'N TOFFEN MAKEN

Een grote flater slaan of een blunder maken.

"NEIJ NOAT KNIEPEN"

Wanneer iemand een nieuwe broek had gekocht dan werd die op de naad op kwaliteit beoordeeld, hoe dikker de naden hoe beter de kwaliteit.
Dit was vroeger natuurlijk heel belangrijk daar men niet zoveel geld had om steeds weer nieuwe kleding te kopen.
later werd dit gezegde meer gebruikt als grapje. Wanneer iemand een nieuwe broek gekocht had en die dan de eerste keer droeg, dan kneep een ander ter hoogte van het boven been in de zijnaad en als het kon in het been zelf.



"NOO BUNT WIE WEER GANGS"

Dit betekent zoveel als nu zijn we weer op weg, bv als je in een file gezeten hebt of wanneer vroeger de trekker vastgelopen was, maar ook als je een poosje niet lekker in je vel zat en je was weer opgeknapt dan werd het ook gezegd.

"NOW HEB WI'J HET SCHOAP AN 'T DRIETEN AN"

Nu heb je de poppen aan het dansen, of nu begint het gedonder, dus vrij negatief bedoeld.

PAS OP DAJ DE KONTE NIE UUT 'N HAOK VALT "

Pas op dat je geen ongeluk krijgt, ingestuurd door mevrouw Lichtenbarg.


"SCHIELEK "

Uit het boekje Verskes van Willem, door Willem Wilterdink, alias Hulzer Willem.

Het antwoord wordt door Joop heel mooi omschreven:
Geplaatst door: Joop - 2010-02-25 15:14:18.
Schielek kan op verschillende omstandigheden van toepassing zijn. Bij een plotseling sterfgeval wordt wel gezegd: die is `schielek\' gestorven. Ook wel: dat is daar toen vrij `schielek\' gegaan. Op een andere manier gebruikt zegt men: `Je moet die drank, bijvoorbeeld een bepaalde wijn, niet te `schielek\', niet te haastig drinken. Gr. Joop

"SMEICHELKONTE".

Dit is een rasechte slijmbal, gekregen van Bernard Bonenkamp



"SPREAKEN MET PIEN IN DE BOEK"

Een stadse die probeert plat te praten.

SPREU

Schraal bv spreue lippen.

STALSTREUJER

Een oude vrijgezel, gekregen van Joop uit Almen.

"STIK".

Direkt achter de Kerk of het staat te recht op (te stik).

Van Kees Verbeek hebben we een leuke anekdote op dit woord gekregen:

D'r kwam eens een vertegenwoordiger naar 't dorp Zelhem, vanuit het westen. En hij maar zoeken in het Achterhoekse dorpje. Vroeg hij een keal op de markt, bij de pomp naar een adres, ik weet niet precies meer wat. Zegt die Zelhemmer: "Stik achter de karke!". Zei die vertegenwoordiger kwaad, als antwoord: "Barst jij voor de pomp!" Want ze stonden op het dorpsplein bij de pomp te praten.

We hebben nog een reactie hierop gekregen:
Stik is in 't Achterhooks ok "scherp" in de beteikenisse dee'j geft an ne bochte in de weg. Wi'j hebt allemoale d'n anleg um 't Hollandse "Scherpe bocht", in het Achterhooks te vertalen as "scharpe bochte". Elkenene in d'n Achterhook versteet dat, moar feitelijk mo'j as ene deet de Achterhookse sproake in ere wil hollen zeggen "Stikken dräëi".
A'j scharpe bochte zegt, proat i'j dialect moar a'j stikken dräëi zegt bu'j met de richtige Achterhookse sproake an de gange.

Ook Bernard Annevelink, die tenslotte dit woord in heeft gestuurd, heeft de originele anecdote en die luidt:
Achter de kerk op de Markt in Winterswijk omstreeks 1930 was gevestigd ijzerhandel Geerlings. Wenters was toen nog zoals het behoort te zijn, van wat voor kant men kwam, het maakte niet uit, men kwam altijd voor de kerk opde markt terecht.
Er kwam een Mijnheer uit het westen en die wilde een bezoek brengen aan Geerlings de ijzerhandel. Voor de kerk komende zag hij een oude man staan en hij besloot die te vragen waar hij de ijzerhandel kon vinden. Hij ging naar de man toe en zei "goedendag, mag ik U wat vragen?". De oude man knikte, (zoals een echte Winterswieker betaamt gebruikte hij niet meer woorden dan strikt noodzakelijk). De Mijnheer uit het westen dacht "wat raar hij geeft geen antwoord, toch maar vragen waar ik Geerlings kan vinden". De oude man knikt weer en zegt "—Stik achter de Karke—". De Mijnheer wordt nu een beetje boos en beet de oude man toe "---En stik jij voor de Kerk ---"
Conclusie--- Een Mijnheer is niet altijd een Heer--- .



" 'T IS EEN GOEI'EN PRAOTER DIE UN ZWIEGER AOVERTRIF "
" EFFEN 'N SIK VERZETTEN"

Ik heb hem gekregen van de heer Vredegoor.
Het betekent hetzelfde als "Spreken is zilver zwijgen is goud". Dus het is soms beter om te zwijgen, zeker als je aan het roddelen bent

T IS VANDAGE SCHOPPEDAG"

Een heel uitgebreid antwoord kreeg ik van Joop uit Almen.

Stukje uit de Volkskrantblog

Schoppendag (Schuurdag) en zommerraegen
In fiene sträöltjes kump de zommerraegen harónder. ’s Margens vróg begunt d’n dag ook al wat drao; hie kan niet goed óp gang kommen, liekt ‘t wel. Griezige wolken met hier en daor een spierken blauwe lucht. Tegen koffietied trök de lócht helemaol dichte en begint de eerste dröppels te vallen. ‘Meiraegen, daor word i-j groot van’, zei mien moeder, ‘loop d’r maor deur!’ Ik kiek naor de lócht en denke: ‘ ‘t reagent vandage maor ene kere, dat zö-j zien. En ’t is jó ga gin mei!’

’t Is begin juli en d’n langsten dag he-w al weer ehad. Maor óp zónnen griezen raegendag merk i-j daor niet völle van. Buten in d’n hof steet een olden mantelpot waor’t ze vrógger de aerpels veur de póggen in kaoken. Hie steet nów as waterbak ónder de pómpe. De raegendröppe zörgt veur kringeskes en bläoskes. En at ’t bläoskes raegent, dant kump t’r nog meer water, dat wette wi-j uut ervaring. D’n eenzamen fietser aover de grindweg hef zich ’t plestik raegenpak an’etrokken en de boeren die zich veur vandage zo völle hadden veur’enommen, loopt te denken wat ze ’s zölt doen, vandage. ‘Dit wördt een schóppendag’, zegt ze.

Een schoppe is een soort schure, maor dan anders. Een schure hef in de regel muren, een dak, raams en een deure. Een schoppe is meer een anbouw an een ander bouwsel en dan iets met een losse veurkante. Luu uut stad of darp zollen praoten van een olden en olderwetsen carport, zoiets bedoele wi-j. Een vloere van zand of betón, een mure um de wind tegen te hollen en een dak baoven de kop, dat is alles. Maor genóg um schoppe te heiten. Ik beginne mienen schoppendag met mi-j neer te zetten op d’n houwpoer, zónnen groten holtstómp waoróp wi-j met ’t handbieltjen of ’t hiepken de anmaakhöltjes veur de vuurkorf kleuft. Wat za-k ’s doen vandage?

Een schoppendag gebruke wi-j um karweitjes te doen die eigenlijk wel wachten könt. Zoas de fietse van de vrouw veurzien van een dröpken smeeraolie en, umda-j toch te genge bunt, die (fietse, niet de vrouw) metene te bevrijden van stof en smeer. En vanzelf de velgen niet vergaeten: vaseline is aoveral goed veur. Of een olde roestige melkbusse te verandern in een tuinornament waor de buurte jaloers óp is. I-j könt óp een schoppendag natuurlijk ook naodenken aover de zin van ’t laeven en wieters niks doen, maor dat hol i-j ook niet lange vól.

’t Geet zoas ’t altied geet: een schoppendag in de zommer is mooi en aardig, maor niet langer as een halven dag. Dan kiek i-j naor de locht. I-j ziet dat t’r hier en daor lichtblauwe vlekken komt, merkt hoe de zónne moeite dut om d’r deurheer te braeken, heurt hoe de gietelinks ’t kommende mooie weer ankundigt en merkt hoe de raegen langzaam óphöldt kringeskes en bläoskes te maken óp ’t water van de mantelpotsbak. I’j zet de gepótste vrouws fietse in ’t fietsenhok en laot de roest röstig óp de olde melkbusse zitten. Dat kump wel goed óp d’n volgenden schóppendag.



"TOKE JOAR"

Volgend jaar

"UT HÖRNTJEN WARM HEBBEN"

Dit gezegde betekent zoveel als: boos, pissig zijn

"WAT IS 'T VEUR EEN DEERNTJEN, HET IS D'R ENE MET EEN LAMPE VEUR DE DEURE".

Dit betekent dat hij een meisje uit de stad heeft getroffen.

Een gezegde, die wordt gebruikt nav een nieuwe Vlam in de familie :



"ZEE HEBT DE LOEREN WEER OAVER D'N VLEERBOOMHANGEN".

Dit betekent letterlijk: ze hebben de luiers weer over de vlierbessenstruik hangen, figuurlijk wordt hier mee bedoeld dat er weer kinderen in de familie zijn.