Deze site is vernieuwd op 5 april 2008




Welkom in het

LEESZAAL - ARCHIEF

Hier ziet u verhalen van Kees Verbeek ofwel Kees van de Meister




BELEVENISSEN VAN KEES VERBEEK


De heer Kees Verbeek ofwel Kees van de Meister uit de Velswijk, inmiddels een goede bekende van onze site, wil graag zijn belevenissen en ervaringen in de openheid brengen, het internet is een prima medium daarvoor en wij willen hem graag de gelegenheid geven om dat te doen, Hij is een geboren Achterhoeker en hij heeft een ruime levenservaring, waar u, als lezer, nog veel van kunt leren. Daarom kunt u maandelijks een deel van de mijmeringen van Kees in onze Leeszaal lezen, deze week aflevering 3



OP HET NIPPERTJE AAN DE DOOD ONTSNAPT, TWEEMAAL OP DEZEFDE DAG!.


We gaan weer even terug naar 1944. Ik was net enkele dagen na mijn vlucht uit het NAD-kamp in Hilvarenbeek bij Tilburg, achter het huis bij de school, aan het praten met mijn buren.

Komen er opeens 2 politie agenten op ons af en vragen of ik Verbeek was." Jawel, dat ben ik!" Weer politie dacht ik en mijn hart deed even vreemd."Goeienavond", zeiden ze. "Helaas moeten wij U mededelen, dat U zich morgenvroeg moet aanmelden voor graafwerkzaamheden bij de Organization Todt. We weten, dat U pas uit de NAD ontslagen bent, maar helaas, wij hebben deze opdracht. Goeienavond!" En daarmee verdwenen ze. Politie weer: en een spade moesten we meenemen. Weer een spade dacht ik. Ik zag me in gedachten nog op wacht staan bij het kamp met een zilverblinkende spade aan mijn schouder, inplaats van een geweer, bij de poort van het NAD-kamp.

Morgenvroeg om 7 uur aanmelden, daar en daar in Didam! Ik was niet de enige, alle mannen onder de 65 jaar werden opgeroepen om hun plicht te doen voor het grote Deutsche Reich, zodat de geallieerde tanks niet over de rivieren in ons land zouden kunnen binnendringen of wilde men de mannen weg hebben van de straten en wegen?

Daar gingen we de volgende morgen, op de fiets, met een spade vastgebonden. Het was nog helemaal donker en verlichting mochten we niet aan hebben op onze fietsen,vanwege het luchtgevaar. We kwamen aan een bepaalde plaats in D. en werden door mensen van de Org. Todt opgevangen en kregen een bevel om hen maar te volgen naar de oever van een rivier. Er was al een begin gemaakt door andere mannen en het was een echte glibberige boel daar van leem en klei echt niet passend voor onze klompen of oorlogsschoenen. Later kregen we laarzen van de O.T. die we 's avonds weer moesten inleveren. Helaas verdwenen er tientallen paren, die nooit weer teruggebracht werden, waardoor onze wachten soms woedend werden en schreeuwend vroegen," wo die Stiefel verschwunden waren!"

We kregen eten en brood van een duitse gaarkeuken en soms cigaretten. We mochten ook 's avonds doodmoe naar huis terugfietsen, zelfs vanuit Zevenaar en omstreken. Op een dag werd ons nachtkwartier aangeboden, om in een fabriek op een cementenvloer te slapen en namen dus wat dekens enz. mee van huis en brachten dat 's morgens vroeg naar die lege Turmac-fabriek in Zevenaar en waren eigenlijk wel blij, dat we niet elke dag een lange weg heen en terug behoefden te fietsen. Doodsmoe als we waren van dat ongewone buitenleven in weer en wind in die zware klei.

Vaak hoorden we de artillerie kanonnen vanuit de buurt van Nijmegen bulderen, die stad was n.l. al bevrijd. En ook zagen we dat de granaten steeds dichterbij kwamen en dat torenspitsen aan de overkant wat het water op een dag weggeschoten waren. Ik droomde weer van een vlucht door de Betuwe, naar de vrijheid. Maar vreesde landmijnen e.d.

Op bepaalde dagen vielen de granaten ook dicht bij ons neer en vele mannen verloren hun leven, niet ver van onze groep. Op een bepaalde dag "regende" het weer granaten over ons heen, maar ook tussen ons in! Ik was apatisch geworden van het hele oorlogs gedoe en toen de granaten weer gierend over ons en te dicht in de buurt kwamen, werd ik door een oudere O.T-man in onze loopgraven, die we graven moesten, geschopt met de woorden; "Bist Du verruckt geworden Mensch, herunter!" En hij redde als het ware mijn leven,want we doken allemaal in elkaar in die diepte. Niet ver van ons stierven op dat ogenblik mannen door dit granaatvuur van de geallieerden.

's Avonds gingen we moe en nat-geregend naar onze nieuwe slaapplaats in de Turmac-fabriek en vonden dat een granaat door het dak geschoten was en precies op onze plaats waar zouden slapen, gevallen en geexplodeerd was. Geen van ons was verder nog geinteresseerd om in de sigaretten-fabriek in Zevenaar te overnachten. We fietsten heel wat weken heen en terug naar Zelhem en brachten het er gelukkig levend af, als was het dan vaak weer op het nippertje.