Het is weer herfstvakantie, dat is niet alleen iets van nu, in mijn jeugd was dat ook al.
De herfstvakantie heette vroeger de aardappelvakantie. De kinderen van de boeren kregen dan vrij om de aardappels op het land te rooien.
Toen wij kinderen waren gingen we met een groepje naar het bos en zochten allerlei eikels, nootjes, kastanjes paddestoelen etc.
We namen dan een spiegeltje mee om onder de paddestoelen te kunnen kijken en onder de verschillende struiken, om te kijken hoe het er uitzag en om te zien welke paddeastoel eetbaar was en welke niet.
Als we dan weer thuis kwamen had moeder meestal een kop warme chocolademelk klaar met een lekker stuk speculaas.
Van de eikels en kastanjes maakten we leuke dingen, poppetjes,fluitjes, kijkdozen, herfststukjes enz. We zongen daar bv leuke herftsliedjes bij, zoals het regent, het regent, of nu is het herfst.
Wat we aan eikels over hadden brachten we naar de boer, daar kregen we dan wat geld, die we als zakgeld konden gebruiken om iets lekkers te kopen of gewoon voor de spaarpot.
Met de kastanjes die we over hadden gingen we naar de asla en daar gingen we kastanjes poffen, zie ook ons Achterhoekse maal. Ook ging men vroeger na het aardappelrooien aardappels poffen. Het lof van de aardappels werd dan op het land verbrand en de kinderen mochten daarin de kleine krieltjes en de mislukkelingen poffen, ook een heerlijke lekkernij.