Voor het inmaken in het zout heeft men keulse potten nodig, een grof linnen doek en een houten plankje
passend in de opening van de pot en een zware keisteen.
Bij deze inmaak is de voornaamste zorg dat men voldoende zout aan de groenten toevoegt, om met het hieraan onttrokken vocht een pekel te vormen, waarin zich geen kiemen ontwikkelen kunnen
.
Met de doek bedekt men de groenten en stopt hem aan de kanten rondom goed in, dan worden achtereen volgens het plankje en de steen er op gelegd.
De steen dient om door stevige druk het vocht uit de groenten te persen en de bovenste laag onder de pekel te houden.
De potten worden in het begin om de 14 dagen nagekeken later om de 3 a 4 weken.
Hiervoor worden steen, plankje en de doek goed schoon gemaakt,zonodig voegt men nieuwe pekel toe.
(350 gr zout per liter water) aan de kook brengen en laten afkoelen.daarna de pekel in de keulse pot doen deze weer bedekken
met de doek, het plankje en de steen.
Door het hoge zout gehalte is het noodzakelijk om de groenten voor het gebruik af te koken en het water weg te gooien
Daarna een tijdje in schoon water laten staan. Men heeft voor het inmaken in zout 1/3 gedeelte van het gewicht van de groenten
aan zout nodig.Je kunt je afvragen hoe hoog de voedingswaarde hierna nog is.