
Deze pagina is vernieuwd op 15 september 2007
Op deze site zetten wij iedere week een rommelmarktorganisator of een organisator van een evenement of tentoonstelling in het zonnetje, dit doen we dmv. een interview. Items die al geweest zijn kunt u terug vinden in ons archief Deze week hebben we als gast : Meneer Bluemers uit Ruurlo, hij zal vanaf deze week iedere maand een bijdrage leveren in onze leeszaal.. Omdat de heer Bluemers zelf een mooi verhaal van zijn interview genaakt heeft, zetten we het deze week in een iets andere opzet. Wil je de Achterhoekse versie lezen, klik dan hier Een korte levensschets van dialectschrijver Wim Bluemers Ja, ja, vertel eens wat over jezelf. Laten we maar beginnen dat ik Wim Bluemers heet en geboren ben in 't gezin van 'n loonslachter, midden in de oorlog, in 1942. Mijn vader kon trouwens nog meer als slachten, want ik heb vijf broers en vijf zusters gehad. Mijn moeder is geboren in de Noteboomstraat in Groenlo, als dochter van kleermaker Bernhard Westhoff. Dit jaar zijn we al veertig jaar getrouwd. Dat is een hele tijd, en soms begrijp ik niet hoe mijn vrouw 't al die jaren met mij heeft uitgehouden. Lichamelijk heb ik grote problemen, waardoor ik na 1986, toen ik met 't werken moest stoppen, omdat mijn longen 't opgaven, ben ik gaan schrijven om toch wat om handen te hebben. Daarvoor had ik ook al een nieroperatie en 'n paar hernia's achter de rug. Met ook nog twee maal 'n hart-infarct was de koek op. En toen ik in 1998 en 1999 opnieuwj twee rugoperaties had gehad, heb ik eigenlijk meer aandacht aan mijn revalidatie besteed dan aan 't schrijven. Wel ga ik hier en daar optreden als verhalenverteller. Waarbij ik njet alleen verhalen van mezelf vertel, maar ook verschrikkelijk graag de vehalen van Aornt Peppelekamp.
Begin 90er jaren ben ik eens een keer met mijn verhalen en gedichten naar 't Staring Instituut in Doetinchem gegaan. De toenmalige directeur, zelf een bijzonder goed schrijver, gaf me moed en zei dat het mooi proza was. Ja, en daar zit je dan. Hoe krijg ik dat nou uitgegeven? In 1993, nadat dus Henk Krosenbrink met pensioen was gegaan, werd Stef Grit directeur en die wou wel 'n dichtbundel van me uitgeven. Waarom schrijf ik in 't dialect, dat zal ik je snel vertellen: "a'j owwe moderspraoke kwiet bunt, he'j ginne wortels meer dee ow staonde hold". Dat staat ook op 'n bordje bij mijn boom in 't Schrieversbos op 't Landgoed Kotmans in Miste in Winterswijk. Ik heb altijd uit liefhebberij geschreven, ons dialect heeft 'n hoge waarde en moet blijven leven. Leert uw kinderen naast 't Nederlands toch alsjeblieft ook onze cultuurschat, 't achterhoeks! Ik heb 't altijd als hobby gedaan, ach, en de mensen vonden 't aardig. Al mijn boekjes zijn uitverkocht, en ik heb nog een heleboel nieuw materiaal liggen, maar ja, de centjes hč? Als je van de w.a.o. moet leven dan is 't in dit land geen vetpot. Laat de heren in 't kabinet mij maar is laten zien hoe dat ze daar mee rond kunnen komen! Maar goed ik wil er geen politiek praatje van maken.
In 1966 ben ik getrouwd met Willemien en wij hebben drie getrouwde dochters en zeven kleinkinderen. Al vroeg werd ik invalide door 'n hernia, 't schildersvak kon ik toen goeiendag zeggen. Daar sta je dan als vader van 'n jong gezin, met lege handen. Gelukkig zochten ze toen bij de Sociale werkplaats DBH in Lichtenvoorde iemand die leiding kon geven aan de spuiterij. Later, door longproblemen gedwongen heb ik nog 'n tijd met 'n collega samen de leiding gehad van 'n afdeling met 26 dubbelgehandicapten. Waarna ik de laatste jaren magazijnbeheerder ben geweest.
't Eerste boekje "Dree maol raonn" werd aangeboden aan Arie Ribbers tijdens 't programma Rond Um Reurle. Zelf heb ik dat niet mee kunnen maken want ik was herstellend van 'n rugoperatie, maar mijn Willemien kreeg 't tweede exemplaar, en Harrie Blanken, de pagina-redacteur van de Stamppot, 'n rubriek in de Gelderlander, waar ik wekelijks een gedicht voor schreef, reikten me 't boekje in huis aan. 't Was wel mooi dat ik de hele uitzending in huis kon volgen.
't Tweede boekje was er een met jeugdverhalen "De bizundere belaevenissen van Wimken, die heb ik in eigen beheer uitgegeven. Beide zijn ze al lang uitverkocht. Verder staan er verhalen van mij in verschillende verzamelbundels van de gezamelijke dialectverenigingen - Vrienden van de streektaal veur Lochem en umgeving, en Dialectkringe Achterhook en Liemers. verder staat er nog 'n verhaal van mij, Barkelperikelen" over 't hoge water in Borculo, waar ik als beginnend schildertje mee te maken had. Dat boekje is uitgegeven met 't samengaan van de verschillende waterschappen in waterschap "Rijn en IJssel" en heet "Stromend landschap".
Mijn verhalen zijn deels ware belevenissen, soms moet mijn gemoed ook is gelucht worden, ja, en dan de dikke duim hč? Daarbij ben ik mederedacteur van 't blad van de Historische ver. Old Reurle, "Onder den Kroezeboom. Als je dagelijks om je heen kijkt is er zoveel te zien waar je over schrijven kunt. De natuur, 't millieu, de bomen, 't gras, 'n kapotte broek, allemaal onderwerpen die voor 't grijpen liggen, je moet 't alleen zien! Maar zoals ik al heb verteld, de laatste jaren houd ik me meer bezig met mijn lichaam dan met 't schrijven. Eenmaal in de maand heb ik mijn radioprogramma "Doodgewoon plat" bij de zender Achterhoek FM, en ik maak maandelijks nog 'n programma voor Old Reurle bij 't zelfde station. Verder mail ik nog bijna wekelijks met Kees Verbeek uit Finland. Eigenlijk werk zat.
(noot van de redactie:voor het verhaal van Kees, zie ons archief).
Als je niet al te ver van Ruurlo woont, want ik rij met 'n Canta invalidenauto, dan kan ik nog wel eens een middag komen vertellen, maar dat wordt steeds moeilijker voor me. Er moeten ook weer niet teveel komen. Vorig jaar ben ik er ook maar 'n paar keer op uit geweest. 't Jaar daarvoor heb ik voor de kunstkring verhalen verteld op de Ruurlose campings, en natuurlijk in 't dialect. Of heb je liever dat ik streektaal zeg. Ik woon in Ruurlo aan de Schoolstraat op nummer 1. Je kunt me mailen door 't volgende adres op te schrijven: