Welkom in het ACHTERHOEKS TAAL - ARCHIEF Hier ziet u zelfstandige naamwoorden die ik besproken heb in Achterhoekse Taal. "BATSE" Dit is een soort schop. "BOKSEBIER" De leu bi'j "Arve-Kots" kenden dat gebroek wisse ok en hebt d'n naam e'gevven an 't Achterhookse Landbier, dat zee doar sinds 1998 maakt. I'j könt 't ok bi'j "Frederick Hendrik" in Grolle kriegen. Smek alderbastend lekker at boeten de mussen van 't dak valt. In vroeger tijden werd er net als heden ten dage, wanneer er eentje ging trouwen meestal een vrijgezellenfeest gehouden. Toendertijd gingen ze niet naar City Lido in Groenlo, maar werd de avond op de deel van één van de kameraden gehouden. Er werd dan lekker pannenkoeken gegeten en brood met kaantjes en natuurlijk werd er heel wat bier gedronken. De eigenaren van Erve Kots in Lievelde, kende dat gebruik zeker ook en hebben deze naam gegeven aan het Achterhoekse Landbier, dat ze daar brouwen sinds 1998. Je kunt het ook bij "Frederick Hendrik" in Groenlo krijgen, smaakt erg lekker als buiten de mussen van de daken valt Met dank aan Bernard Bonenkamp, voor zijn uitgebreide uitleg. " BROEKHOEST" Diarree "BROOD MET KNASTERHAM Een boterham met suiker. BRUNTE Een brunte droeg vroeger iedere vrouw als schortje, meestal zat er een zak in. "BUULS" Kwajongens "DE VROGTE" Een afrastering van bv een weiland. "DRILLEMÖLLE" Een draaimolen, een leuk kermisvermaak voor de kinderen. "ENDELSCHRIEN" Dit was vroeger een geheim kastje, in de klerenkast waar men sieraden of waardevolle papieren in bewaarde, zeg maar de voorloper van de kluis nu. "FOEKEPOT" Foekepot is een zelf gemaakt muziek instrument. Word gebruik om tijdens de carnaval en sint maarten van deur tot deur tegaan, te zingen en geld op te halen. " FOEZEL" Tegenwoordig wordt elke jenever al foezel genoemd, maar het is gewoon verkeerd gestookte sterke drank, dat wil zeggen dat het een zelfbrouwsel is wat eigenlijk in de tweede wereldoorlog is ontstaan en foezel is volgens mij gestookt uit aardappels. Aanvulling van een lezer: Foezel - was al bekend lang voor de tweede wereldoorlog en is oorspronkelijk van Duitse afkomst met de betekenis:"slecht en goedkope eigen gemaakte sterke drank. "GAFFELTANGE" Een oorworm. "GELLEMUIDENS SISALTESKEN" 'GLASGEDIENE" Vitrage. " GRUUSHOK" Een kolenhok, die vroeger iedere boerderij wel bezat. 'HAARSPIT" "HEKKELE" Een houten plank met spijkers, die gebruikt werd om het vlas te splijten. "HUULBESEM" Iedere huisvrouw van tegenwoordig heeft haar wel het is nl. de stofzuiger. JACHTHANNES Een druktemakertje, tegenwoordig zouden we het een ADHD-tje noemen " KASSTOETEN" De bekende kerststol. KATEKER De eekhoorn. "KIESEMAN" Een klein kalfje. " KLAÖSKES Speculaasjes. "KLUUNGEATE" Veenkolken van vroeger, net als de leemputten in Eibergen. "KOEZEN" Dit zijn kiezen. "LICHTERS" Broekophopuders ofwel bretels. "LIEKSTEA" Een litteken "MANGEL" Een voederbiet. " MARKOELE" Een Vlaamse Gaai. "NIEJOARS-TOETE" Een nieuwjaarszak, een snoepzak wat in bepaalde plaatsen in de Achterhoek wordt gegeven aan kinderen tijdens nieuwjaarsdag. "NUSTEKÖTJEN" Dit heeft meerdere betekenissen, het wordt gebruikt voor het jongste telg van de familie, voor een nakomelingetje en als derde voor een klein vrouwtje. Zo zie je maar weer dat ook het Achterhoeks nog weer veel verschillen heeft in zijn taalgebruik. OPSCHÖTTELINGSPOESKES Jeugdpuistjes. "PANNEVOGEL" Een vlinder "PILLEWEGGE" Een stuk krentenbrood, wat gegeven werd bij een geboorte. "POASBOAKE" Een paasvuur, vele zijn er in onze mooie Achterhoek. "PRÖTTELBEUMKE" Een klein kerstboompje, wat eigenlijk geen boom mag heten. " RIEVE" Een rasp. "RIKKESPÖSTE " ingestuurd door Kees van de Meister uit Finland, die ook onderstaande tekst erbij stuurde. Bertus en Derk loopt op un vrieén zondag aover de kamp en komt bie de weides waor de beeste an 't grazen bunt. Boh, zeg Bertus, ie hebt de "wuule" in het het hele land zitten! Ij mot daor maor us an 't vangen, um den haor kriej nog goed wat veur de vellekes! Deze aanvulling en antwoord kreeg ik van Joop vrogger maor ok noe nog wod dat e'zegd as een deerne stevige beene onder ut gat had. ROEGIEZEL IJzel, "SCHORRESLET" De vaatdoek. "SLEGEL" Dit is een klep, die bv. koeien of varkens eerst met hun neus weg moeten duwen, voordat ze bij hun voer of water kunnen. "SIEPELS" Uien. "SLIGTEMUTSE" Een hoedje dat gedragen werd tijdens de rouwtijd en begrafenissen. "SMÖRKES" Kleine aardappeltjes die bij het rooien achter blijven en heerlijk zijn gekookt in de schil geserveerd met wat boter en zout. "SÖMKEN" Een ouderwets heekommetje. "STEKKELVARKENS" STIEFELS Laarzen "STRIEKWÉVEL Een lucifer. "TELDERS" Dit zijn borden. TINNEFGREI Waardeloos materiaal, waardeloze voorwerpen. TUFF "TUTEN" Kippen. "TWEEDUUSTER" Schemering. "VAALSCHURE" Een vaalschure is de ruimte onder de N - deur bij een boerderij, waar vaak de klompen werden neergezet. Bij ons staan er nu mooie bloemen en planten. "WEULE" Een mol. ZONNEKUUKSKEN Lieveheersbeestje.
In vrogger tieden wier d'r net as vandage an d'n dag, at d'r ene ging trouwen, meestparts ne vri'jgezellenoavend e'hollen. Too d'r tied trokken zee neet op 't City in Grolle an, moar was den oavend bi'j één van de kammeröä op de deale. D'r wier dan fijn pannekoke e'getten en brood met schroaven, en wisse wier d'r n'n besten slomp bier weg e'zoppen.
Umdat d'n brüdegom 's anderendagens de bokse in mos leveren wier 't bier dat op d'n vri'jgezellenoavend e'dronken wier; "BOKSEBIER" e'neumd.
Omdat de bruidegom de andere dag "de broek" in moest leveren, werd dit bier, BOKSEBIER genoemd.
Even een toevoeging van een lezeres:" Het was zelf een zak, een oude aardappelzak, die als schort werd gebruikt". Mocht iemand hier meer over weten,. laat het gerust weten, dat geldt ook voor de andere woorden.
"EEN HOEKEDAALE"
Het een Winterswijks woord. Ik denk dat de meesten het kennen onder de "Klapbokse"
Dit was indertijd een broek, waar je een stuk stof open kon klappen als je naar de wc moest. Een wc, was natuurlijk niet zo één die we nu kennen, maar meer een gootje, waar je op je hurken moest zitten. Vandaar ook het werkwoord Hoeke Daale, dat eigenlijk dus op je hurken zitten betekent. Tegenwoordig zeggen ze het meer als ga zitten. Dus een Hoekedaale is een onderbroek met een flap die open kan omje behoefte te kunnen doen.
Een foekepot werd gemaakt van een dus en daar over heen een gedroogde varkensblaas gespannen, een riet werd er eerst in gemaakt, toen de blaas nog nat was, gaat het riet goed vast zitten..
Gellemuden is de dialectbenaming voor Genemuiden waar heel veel producten van sisal werden gemaakt en het tasje van sisal is wel het meest bekende. Je zag er vroeger de boeren haast allemaal mee aan het stuur fietsen als ze brood hadden gehaald of zo. Het was dus een boodschappentas die bestond uit bruine en gele lengtebanen van sisal.
Een voorwerp dat gebruikt werd om de zeis te haren. zie voor uitgebreidere info www.wikipedi.org
Zeg Bertus opeene: Foi, toch wat zit den weide van oe d'r toch uut! Wat meen ie, zeg Derk. Ik hebbe kots nije rikkespöste en schrikdraod daorumme emaakt en de beeste bunt ok goed te passe, wat mankeert er wieters nog an?
(.Vroeger vingen ze mollen in de Achterhoek en verkochten, die mooie zwarte, glanzende velletjes van die wuulen!)
maor Rikkepöste, bunt gewoon pöste dee ie neudig hebt um te rikken(afrastern)um 'n draod um u bouwland of weiland te zetten, vandoor dee name
Dus het antword is Rasterpalen.
Dit zijn egels, dus geen stekelvarkens, zoals men misschien zal denken..